U bent hier

Ruime suites

vrijdag 11 augustus 2017 - 16:39

Enkhuizen, Snouck van Loosenhuis, interieur rechter achterkamer met zicht op porte-brisée en rechter voorkamer, P. van Galen en G.J. Dukker 1998, Archief RCE.

Wie in een goed bewaard jarendertig huis woont, heeft vast een kamer-en-suite. Dat is een voor- en achterkamer die gescheiden kunnen worden door schuifdeuren. Heeft u niet zo’n huis dan zal u ongetwijfeld wel ergens een kamer-en-suite gezien of bezocht hebben. Wie een origineel 19de-eeuws huis bewoont, zal mogelijk ook een kamer-en-suite hebben, maar dan net iets anders in uitvoering. Dit maakt nieuwsgierig naar wanneer nu een opstelling van twee geschakelde kamers met schuifdeuren, een typisch Nederlands fenomeen, komt opzetten.

Lange ontwikkeling

Vele voorzieningen, zoals badkamers en wc’s, die nu algemeen zijn geworden in onze moderne huizen, hebben vaak een tamelijk lange ontwikkeling doorgemaakt. Bij de kamer-en-suite was dat ook het geval. Suite heeft thans de betekenis van twee of meer in elkaar lopende kamers die gescheiden zijn door portieken met deuren. Kamer-en-suite heeft twee aspecten die we hier zullen bespreken, te weten de suite en de doorgang tussen de ruimtes waar we eerst op in willen gaan. Porte-brissée De porte-brissée, een dubbele openslaande deur, was in de 17de eeuw in grote Franse huizen populair. Dergelijke veelal hoge deuren worden ook wel gebroken deuren of vleugeldeuren genoemd. In de paleisarchitectuur met een reeks representatieve vertrekken achter elkaar werd de porte-brissée veelvuldig toegepast. De deuren in deze vertrekken werden meestal in een lijn aangebracht. Een dergelijke opstelling van vertrekken en deuren wordt enfilade genoemd. Hiervan hebben we prachtige voorbeelden in ons land, onder andere in Slot Zeist. In de 17de eeuw bleef in ons land de toepassing van de porte-brissée beperkt tot de hofkringen. In de volgende eeuw krijgt de gegoede burgerij er ook belangstelling voor.

Eerste suites

In de 18de eeuw begon een ontwikkeling om belangrijke ontvangstvertrekken te koppelen middels dubbele deuren. Zo’n suite heeft het grote voordeel dat bij het ontvangen van veel gasten de circulatie tussen de kamers beter kan plaats vinden. Een vroeg voorbeeld waar we een suite aantreffen is Korte Vijverberg 3 in Den Haag. Het is het voormalige huis van Johan Schuylenburch, thans het Kabinent van de Koning. De suite dateert hier uit 1724. Bij suites in de vele stads- en buitenhuizen met enige status werd voor de doorgang de porte-brissée toegepast. Niet alleen bij de scheiding van twee kamers, maar misschien nog wel meer voor de toegang tot vertrekken vanuit de gang, portaal of vestibule is in de 18de eeuw de porte-brissée toegepast. Ook hier gold zeker ook het voordeel van een betere doorstroming. Ofschoon vele vleugeldeuren rechthoekig werden uitgevoerd, kregen zij in sommige particuliere interieurs een zeer rijke gebogen uitvoering met lijstwerk zoals bij het voorname huis van Cornelis Schuylenburch in Den Haag. De porte-brissée dateert hier uit 1717. Een ander rijk 18de-eeuws voorbeeld, dat hier getoond wordt, vinden we in het Snouck van Loosenhuis te Enkhuizen, dat in opdracht van de vermogende Dirk Semeyns van Loosen kort voor 1742 is gebouwd.

Vleugeldeuren worden schuifdeuren

Al vroeg in de 18de eeuw zien we hier en daar bij suites schuifdeuren ontstaan als alternatief voor de vleugeldeuren. Een van de eerste voorbeelden bij een kamer-en-suite vinden we op de bel-etage in het in 1730 nieuw opgetrokken pand Herengracht 475. Opdrachtgever was de rijke Petronella de Neufville. Helaas is de architect die de schuifdeuren introduceerde ons niet bekend. De belangstelling voor suites met schuifdeuren nam in de 19de eeuw flink toe. Kamer-en-suite werd mateloos populair in de tweede helft van de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw. Zelfs in eenvoudige arbeidershuisjes komen we een suite met schuifdeuren tegen, maar na de WO II raakt de sfeervolle kamer-en-suite totaal uit beeld bij architecten.

Taal 
Nederlands

Reacties