U bent hier

Teylers Museum, Haarlem

Teylers Museum

Teylers Museum

Het oudste Nederlandse museuminterieur met inrichting en collectie staat in Haarlem. De Ovale zaal van het Teylers Museum vormt met de 19de- en 20ste-eeuwse uitbreidingen een fraaie staalkaart van de ontwikkelingen in de museumarchitectuur van Nederland.

Legaat

Bij zijn overlijden laat de Haarlemse zijdefabrikant en financier Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778) een omvangrijk legaat na, dat beheerd moet worden door een groep van 5 plaatsgenoten, verenigd in de Teylers Stichting. Het legaat bestaat uit een groot geldbedrag, een collectie werken op papier, munten en penningen, en het voormalige woonhuis van Teyler. Al spoedig besluiten zij de collectie, die inmiddels wordt uitgebreid dankzij het legaat, te huisvesten in een nieuw te bouwen zaal achter het woonhuis. Deze ruimte, bekend geworden als de Ovale zaal, vormt het begin van een complex museumzalen, dat uitgebreid wordt in de 19de- en 20ste-eeuw, en nu bekend staat als Teylers Museum.

Ovale zaal

De Ovale zaal op rechthoekige grondslag met afgeronde hoeken, is van origine te bereiken via het voormalige woonhuis van Teyler. Vanuit de Grote herenkamer – de vergaderruimte van de directeuren van de Teylers Stichting – betreed je de lichte, hoge zaal. De vitrines op de begane grond zijn ingericht met natuurwetenschappelijke instrumenten, bijeengebracht door de 1ste directeur van het museum, de eigenzinnige Martinus van Marum (1750-1837). De kasten op de galerij, die is voorzien van een fraai, geel geschilderd smeedijzeren hekwerk, bevatten het rijke boekenbezit, gerubriceerd naar de landen van herkomst. Hier staan onder meer de beroemde Encyclopédie van Denis Diderot en Jean le Rond d'Alembert, en de fenomenale vogelboeken The Birds of Australia en The Birds of America.

Architect Viervant

De architect van de Ovale zaal, Lambert Viervant, ontwerpt ook de lange kast in het midden van de ruimte om daarin de prenten en tekeningen te kunnen opbergen. In 1802 worden op dit meubel tafelvitrines geplaatst om de mineralen tentoon te stellen. Viervant is ook verantwoordelijk voor de vormgeving van de ‘groote Electrizeer Machine’, die aangepast is aan de architectuur van de zaal. De zaal is hiermee een totaalontwerp en een unieke eenheid. In de archieven van Teylers Stichting zijn bovendien ook alle rekeningen van de diverse uitvoerenden, notulenboeken et cetera bewaard, zodat het geheel ook uitzonderlijk goed gedocumenteerd is.

Uitbreiding

Eind 19de eeuw wordt het museumgebouw uitgebreid met enkele zalen en een nieuwe ingang naar ontwerp van de Weense architect Christian Ulrich. De ingang ligt sindsdien aan het Spaarne. De verbinding met de Ovale zaal wordt gevormd door een ronde hal en 3 museumzalen, uitgevoerd in een rijke, eclectische stijl. De met fossielen en natuurwetenschappelijke instrumenten gevulde, hoge vitrines wisselen elkaar af met lage vitrines die in het midden van de zaal staan opgesteld. De werken in de beide schilderijenzalen zijn veelal speciaal aangekocht voor de plaats waar ze nu nog hangen.

Staalkaart

Het Teylers Museum biedt met de Ovale zaal als oudste Nederlandse museumzaal, en de 19de- en 20ste-eeuwse uitbreidingen een fraaie staalkaart van de ontwikkelingen in de museumarchitectuur van Nederland. Het ensemble van de Ovale zaal met de vitrines en de hierin getoonde voorwerpen vormt een uniek geheel, dat sinds 1802 nauwelijks is gewijzigd. Hoewel het accent in het huidige Teylers Museum meer op de kunst ligt dan op het natuurwetenschappelijk onderzoek, ademt het nog steeds de sfeer van een onderzoeksinstituut.

Meer informatie

Bronnen

  • Regteren Altena, C.O. et al. (1978). Teyler 1778-1978. Studies en bijdragen over Teylers Stichting naar aanleiding van het tweede eeuwfeest. Haarlem: Schuyt & Co
  • Theunissen, B. et al. (1987). Een elektriserend geleerde. Martinus van Marum 1750-1837. Haarlem: Koninklijke Johan Enschede

Tekst: Yuri van der Linden

Foto’s: Ronald Tilleman

Reacties