U bent hier

Rederijkerskamer Trou moet Blycken, Haarlem

Rederijkerskamer Trou moet Blycken

Rederijkerskamer Trou moet Blycken

In een voormalig patriciërshuis in Haarlem is de oudste nog bestaande redijkerskamer van Nederland gevestigd, met een rijke collectie 17de-eeuwse blazoenen, ternauwernood ontsnapt aan een verwoestende brand. 

Brand

In de zomer van 2014 woedt een felle brand in het centrum van Haarlem. Al snel wordt duidelijk dat niet alleen een historisch pand in gevaar is, maar ook dat daarbinnen een onvervangbare collectie houten blazoenen aanwezig is. Deze verzameling historische wapenschilden is opgenomen in het register van beschermde cultuurgoederen en kan op tijd worden veiliggesteld. Maar de kap van het 18de-eeuwse pand raakt door de brand onherstelbaar beschadigd en ook het bluswater richt grote schade aan.
De blazoenen maken deel uit van de collectie van de rederijkerskamer Trou moet Blycken, die sinds 1922 is gevestigd in dit voormalig patriciërshuis. Het is de oudste nog bestaande rederijkerskamer in Nederland.

Literair erfgoed

De rederijkerskamers worden vanaf de 13de eeuw gesticht door rijke burgers die zich bezighouden met dicht- en toneelkunst. Deze verenigingen spelen een cruciale rol in het literaire leven in de late middeleeuwen. Elke grote stad heeft in die tijd wel een of meer rederijkerskamers, die zich buigen over literatuur in wedstrijdvorm en stedelijke lofdichten. De Haarlemse kamer De Pelicaen ontstaat aan het eind van de vijftiende eeuw onder de spreuk ‘Trou moet Blycken’.
Hoewel de traditionele rederijkeractiveiten vanaf de 2de helft van de 17de eeuw op de achtergrond raken en de Haarlemse kamer nu in de 1ste plaats fungeert als een herensociëteit, is de collectie van groot cultuurhistorisch belang. De complete collectie van 15 blazoenen – geschenken van andere rederijkerskamers – blijft al die tijd in bezit van Trou moet Blycken en hangt aan de muren van de sociëteit. Naast de blazoenen en het omvangrijke literaire erfgoed omvat de collectie glas- en zilverwerk en enkele wandtapijten. 

Bouwgeschiedenis

Het sociëteitsgebouw aan de Grote Houtstraat 115 is oorspronkelijk neergezet als woonhuis in 1665 en heeft een interessante bouwgeschiedenis. Tijdens de restauratie na de brand in 2014 worden diverse bouwsporen weer zichtbaar.
Aan het einde van de 18de eeuw is het huis grondig gemoderniseerd in de Lodewijk XVI-stijl. In 1921 wordt het gekocht door Trou moet Blycken en verbouwd door de Haarlemse architect Jacob van den Ban. Hij neemt met name de 1ste verdieping onder handen en richt deze in als sociëteitsruimte met een leeszaal en een biljartruimte. 
De restauratie wordt in 2017 afgerond. De eikenhouten kap is zorgvuldig gereconstrueerd en de 18de-eeuwse vertrekken op de bel-etage zijn hersteld en opnieuw gestoffeerd. De oorspronkelijke afwerking van de 1ste verdieping door Van den Ban is al eerder verloren gegaan en de vertrekken worden opnieuw ingericht als sociëteitsruimte.

Stil en statig

Wie het gebouw betreedt vanuit de levendige winkelstraat laat het jachtige straatgewoel achter zich en wordt opgenomen in de stille en statige vertrekken waar eeuwenlang geletterde oudere heren bij elkaar kwamen om over poëzie en toneel te discussiëren, in de wetenschap dat ze daarmee een eeuwenlange traditie voortzetten. Een rijke geschiedenis waar de spreuken en emblemen op de geschilderde wapenschilden aan de wand getuigenis van zijn. De collectie 17de-eeuwse rederijkersblazoenen is gered en is nog steeds in bezit van de opvolgers van het literaire gezelschap. En wat ook belangrijk is: de collectie heeft weer een dak boven het hoofd dat haar waardig is.

Meer informatie

Bronnen

  • Lennep, O.J. van (1922). Beknopte geschiedenis van Trou moet Blycken 1503-1922. Haarlem
  • Vet, B.J.C.M. de (2013). Trou moet Blycken 1503-2013. Hoe een rederijkerskamer overleefde. Haarlem: Spaar en Hout

Tekst: Maartje Taverne
Foto’s: Serge Technau

Reacties