U bent hier

Interview met: Servé Minis, Stadhuis Maastricht

Stadhuis Maastricht (foto: Serge Technau)

Servé Minis is stedenbouwkundige bij de gemeente Maastricht en als zodanig nauw betrokken bij het beheer en behoud van Stadhuis Maastricht, een van de 72  toonbeelden op de lijst van belangrijke en opzienbarende interieurensembles in Nederland. Het interview met Servé Minis werd gehouden door Rianne Walet op 6 juli 2016 in opdracht van de RCE en in het kader van de inventarisatie van toonbeelden voor de lijst interieurensembles.

Het Stadhuis van Maastricht is één van de symbolen van Maastricht en tevens een trekpleister. Het vertelt het verhaal van het bestuur dat daar al 350 jaar lang zetelt. Momenteel wordt het gebouw en zijn interieur gerestaureerd, een proces dat in mei 2017 voltooid zal zijn. Servé Minis, al 35 jaar stedenbouwkundige bij de afdeling Cultureel Erfgoed van de gemeente Maastricht, kent het gebouw en zijn indrukwekkende interieur door en door. Waar veel bestuursgebouwen sluiten en worden herbestemd, ziet hij dat dit stadhuis deel is van het DNA van Maastricht en haar bewoners. “Het is iets dat bij het stadsbestuur hoort en een belangrijke rol speelt in het collectief geheugen van de burgers. Het is erfgoed dat je in stand moet houden voor latere generaties.”

Wat maakt het stadhuis zo bijzonder

Servé Minis: “Het bijzondere van dit stadhuis is dat het al 350 jaar onafgebroken de zetel is van het stadsbestuur en dat er aparte ruimtes zijn ingericht. Dat is zo vanaf de begin periode van midden 17e eeuw tot ongeveer 20 jaar geleden toen de verbouwing op de begane grond werd gerealiseerd. Alle ruimtes zijn in de stijl van die tijd ingericht; een deel is 18e eeuws, een deel 19e eeuws en een deel 20e eeuws. Het deel waar de grote hal (het Plein) ligt, in het midden van het stadhuis, komt nog uit het begin van de bouwperiode. Dat wat er omheen ligt komt is in de 18e eeuw aangepast.”

Zou u iets kunnen vertellen over hoe bijzonder het is om een stadhuis al 350 in dezelfde functie te hebben?

“Er zijn stadhuizen uit dezelfde periode maar die zijn nu vaak in gebruik voor representatie, recepties, het sluiten van huwelijken en ontvangsten. Hier in Maastricht is het nog altijd het zetel van het stadsbestuur en dat komt niet zo vaak voor. In Haarlem en Groningen heb je dit ook, maar dat zijn uitzonderingen. Dit stadshuis heeft veel allure en het bestuur van de stad ziet het als een plek waar het gezag zetelt. Er zijn wel eens plannen geweest om het stadsbestuur hier in het moderne Mosae Forum te huisvesten, maar dat heeft het bestuur zelf tegengehouden.  De keerzijde is dat het stadhuis niet voor iedereen toegankelijk is. Het is toch een museale ruimte, vergelijkbaar met het Paleis op de Dam. Maar dat kan wel tegen betaling bezocht worden.”

Waar wordt het stadhuis nu voor gebruikt?

“Nu zetelt het stadsbestuur daar. In de centrale hal zijn wel eens recepties.”

Kunt u iets vertellen over de restauratie die nu plaatsvindt?

“De restauratie is grotendeels gericht op het vernieuwen van de balkkoppen. Die bleken in slechte staat te zijn. Ze worden nu versterkt met kunsthars zodat het gebouw weer stabiel is. Balkkoppen steken aan twee kanten in de muur. Als het een buitenmuur is heb je vaak last van doorslaand vocht. De balkuiteinden rotten dan weg. Dat gaat niet snel, maar het kan op den duur een gevaar worden voor de stabiliteit van een gebouw. Dan zagen vaklui de balkkoppen af en wordt alles ondersteund en halen ze de rotte gedeeltes weg. Vervolgens gaan er nieuwe bewapeningen in de uiteinden met een bekisting die wordt volgegoten met acrylhars. Dit hardt uit en is sterker dan de balk zelf. 
Tevens wordt iets gedaan aan de verbetering van klimaat- en digitale systemen zoals WiFi.” 

U heeft zelf een publicatie geschreven ter voorbereiding van deze restauratie. Hoe kwam dit tot stand?

“Het was een vraag van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed om in beeld te brengen welke objecten in het stadhuis behoren tot het oorspronkelijke gebouw en de functie. In de loop der jaren zijn veel objecten geschonken door mensen die op bezoek kwamen, dat waren veel bekende internationale politici. Maar het zijn veel zaken die niet thuishoorden in het stadhuis. Het leidde tot kasten die helemaal volgestouwd waren met cadeaus en relatiegeschenken. Deze zijn voor het grootste deel naar ons museum in Centre Ceramique verhuisd, het is dus wel bewaard gebleven maar niet in het stadhuis. Daar waren de objecten ook niet zichtbaar. Er is onderscheid gemaakt tussen wat hoort bij het gebouw, de functie van het gebouw en wat er niet thuishoort. De publicatie  is verder gebruikt door architect Maarten Frits bij zijn plannen voor de restauratie van het stadhuis.”

In 1980 is het stadhuis voor een groot deel gemoderniseerd. Waarom dit?

“Die modernisering vond alleen plaats op de begane grond. Op de eerste verdieping bevinden zich de belangrijke ruimtes. In de 19e eeuw is de begane grond al aangepast. Daar zaten toen de interne diensten, behalve het kabinet ook de  archief- en facilitaire zaken. Dat was ingericht met enorme archiefkasten waar geen oudere dingen dan uit de 19e eeuw in. Dat is inmiddels verdwenen. Nu zijn het vrij kale ruimtes. De huidige restauratie is in mei 2017 voltooid.”

Wat is de ensemblewaarde van dit stadhuis?

“De hele samenhang van de interieurs is voor een groot deel nog compleet, er zijn geen detonerende elementen. Al die elementen maakt het toch uniek dat het zo compleet is.” 

Zijn Maastrichtenaren trots op dit stadhuis?

“Ja. Twee jaar geleden was het precies 350 jaar geleden dat het stadhuis is gebouwd. Dat hebben we gevierd. We hebben enkele weekenden open huis gehad met behulp van gidsen van de VVV. De eerste dagen dat we dit deden, stond er al een rij van ongeveer 250 mensen te wachten om naar binnen te gaan. We dachten de rondleidingen met acht gidsen wel aan te kunnen, maar er stonden al zoveel mensen te wachten en het werd almaar drukker en drukker. We hebben toen de gidsen verdeeld over de acht belangrijkste ruimtes en de bezoekers op eigen gelegenheid laten rondkijken. Er was meer belangstelling dan we verwachten. Normaal gesproken kunnen bezoekers niet in de burgemeesterskamer kijken, dat is een werkkamer, maar nu konden mensen het allemaal zien. Men was verwonderd en verbaasd, bezoekers hadden geen idee hoe rijk het stadhuis is omdat je het doorgaans alleen van de buitenkant ziet.” 

Welke kamer of voorwerp trok de meeste belangstelling onder bezoekers?

“De burgemeesterskamer vanwege het feit dat de burgemeester daar zetelt, die kamer is erg geliefd. Ook heeft deze kamer een goudleer behang dat met figuratieve schilderingen is versierd. Van dit soort behangsels zijn er nog maar drie exemplaren wereldwijd bekend: behalve in Maastricht is er nog een kamer met dit behang in Londen en in Sint-Petersburg. Goudleerbehang met ornamenten en reliëfstempels zijn meer bekend maar figuratieve schilderingen komen bijna nooit voor.”

Wie onderhoudt deze bijzondere interieurs?

“Wij werken samen met het Restauratieatelier Limburg (RAL), die zijn hier gevestigd in Maastricht. Zij adviseren over het onderhoud en restaureren delen van het goudleerbehang. Eigenlijk is een hele restauratie nodig, maar dat is duur. Er wordt nu gelobbyd voor een restauratie, wat hopelijk over een half jaar kan plaatsvinden.”

Welke ruimte is voor u persoonlijk bijzonder?

“Ik vind de Secretariskamer één van de mooiste vertrekken, met haar wandtapijten. Deze wandtapijten komen uit Antwerpen maar zijn daar niet gemaakt. Niemand weet eigenlijk uit welk atelier ze komen. In het begin van de 18e eeuw zijn ze aangekocht bij een firma in Antwerpen, helemaal op maat gemaakt voor de kamer. Het wapen van de stad is er ingeweven, net als het jaartal: 1705. Het is gek dat we weten waar het gekocht is, maar niet waar het gemaakt is. 
Andere bekende wandtapijten hangen in de Prinsenkamer, maar deze zijn niet op maat besteld. Die zijn langs de wand afgeknipt om ze destijds passend te maken voor de kamer.
De serie die nu in de Secretariskamer hangt, komt eigenlijk uit de Prinsenkamer. Die kamer werd altijd naar de laatste mode in de 18e eeuw ingericht. De wandtapijten uit Antwerpen zijn toen in de Secretariskamer opgehangen. Die kamer was precies even groot vanwege de symmetrie van het stadhuis. Van de wandtapijten in de Prinsenkamer zie je precies waar deze zijn afgeknipt. Delen die eerst aan de onderkant hoorden, zijn boven de deur of onder ramen gehangen. In de 17de eeuw waren deuren veel kleiner en hing het wandtapijt voor de deur, het was niet alleen decoratie maar ook isolatie. Het was als een grote jas om het vertrek. Hetzelfde is gebeurd in de Secretariskamer waar een wandtapijt is stukgesneden maar deze stukken zijn bewaard en later weer gerestaureerd.”

Wat is de jongste toevoeging aan het ensemble?

“We hebben een vriendschapsverdrag met een stad uit China, daar komen veel relatiegeschenken vandaan waar je hele kasten mee kan vullen. Het zijn prenten, tekeningen en eetstokjes of kelken. Dit is nu naar Centre Ceramique verhuisd. Het heeft nu nog geen museale waarde maar misschien dat het over 100 jaar anders is.”

Voor wie moet het stadhuis in stand worden gehouden?

“Voor iedereen die geeft om cultuur. Het is iets dat bij het stadsbestuur hoort en een belangrijke rol speelt in het collectief geheugen van de burgers. Het is erfgoed dat je in stand moet houden voor latere generaties.”

Wat vindt u van de herbestemmingen van stadhuizen waardoor zij hun functie en erfgoed verliezen?

“Het is jammer, voor elke situatie moet je een goede oplossing vinden. Misschien kunnen er objecten worden overgeheveld naar het centrale raadhuis of naar musea. Keerzijde is dat het interieur dan niet meer gehandhaafd kan worden op de oorspronkelijke plek, vaak worden stadhuizen doorverkocht als woningen.”

Wat wordt er verder gedaan om Limburgers bewust te maken van de waarde van dit stadhuis?

“Op onze facebookpagina verschijnen vaak berichten over monumenten en wat er speelt met het oog op restauraties en actuele projecten. Onze afdeling Communicatie brengt ook vaak persberichten naar buiten, bijvoorbeeld op de lokale televisie. Er zijn apps zodat je op plekken in de stad kunt rondlopen en 3D voorstellingen van gebouwen ziet.”

Wat hoopt u dat het amendement voor interieurs in de Erfgoedwet bereikt?

“Ons stadhuis is zelf geen bedreigd interieurensemble, maar voor monumenten als kerken is de bedreiging veel groter. Als die leeg komen te staan is er een grotere kans dat er objecten worden vervreemd. Limburg heeft een Bisdom waar kerken hun objecten konden onderbrengen in zulke gevallen, maar dit Bisdom zit nu vol. We moeten het lokaal oplossen. Wanneer kerken geen monumenten zijn, moeten ze soms worden afgebroken of worden ze herbestemd op een niet-commerciële manier, dus wordt het teruggegeven aan de buurt als museum of culturele instelling. Ik denk dat de Erfgoedwet wel kan helpen bij de bewustwording van de waarde van interieurs.”

Waarom de keuze voor authenticiteit i.p.v. gegroeid ensemble?

“Het heeft een relatie met het gebouw en de functie van stadhuis. Alle toevoegingen die we vervolgens in een vitrinekast op zolder zetten heeft geen aanvullend verhaal. Maar het stadhuis is ook veranderd in de loop der jaren. Het meest frappante vond ik een onderzoek naar de hardstenen vloer in de grote hal. Wij vinden het nu heel mooi dat de vloer zo spiegelglad is, maar als je kijkt aan de randen van de plavuizen dan zie je dat er een lijnen lopen. Oorspronkelijk is de vloer dus geribbeld geweest zodat mensen niet uitgleden, maar wij laten de vloer glad.”

Lees ook het verhaal achter het Stadhuis Maastricht.

Reacties