U bent hier

Interview met: Hilda Boesjes-Beljon, directeur Stichting ir. D.F. Woudagemaal

Woudagemaal (foto: Wouter van der Sar)

Hilda Boesjes-Beljon is directeur van het Woudagemaal in Lemmer, een van de 72  toonbeelden op de lijst van belangrijke en opzienbarende interieurensembles. Dit interview met haar werd gehouden door Rianne Walet op 13 juli 2016 in opdracht van de RCE en in het kader van de inventarisatie van toonbeelden voor de lijst interieurensembles.

Het Woudagemaal in Lemmer, Friesland, is al prachtig als je er in alle stilte naartoe loopt. Maar wanneer de machtige stoommachines in werking worden gesteld, komen het gebouw en haar omgeving echt tot leven. Het gemaal is het grootste nog functionerende stoomgemaal ter wereld en prijkt sinds 1998 op de UNESCO Werelderfgoedlijst. Ingenieur D.F. Wouda ontwierp het gebouw én interieur dat van top tot teen in een prachtige op de Amsterdamse School geïnspireerde stijl is gestoken. Zowel bezoekers als medewerkers komen vaak ogen te kort. Hilda Boesjes-Beljon, directeur sinds 2011, legt uit: “De machinehal is voor ons het heilige van het heilige. Het wordt ook wel de kathedraal van de stoom genoemd.”

Wat is het Woudagemaal precies?

“De waarde van het Woudagemaal is dat dit het grootste nog functionerende stoomgemaal ter wereld is, bij ons kun je komen voor een magistrale ervaring. Het gebouw is natuurlijk magistraal, het heeft iets bijzonders, iets uitzonderlijks. Bovendien zijn de machines die er staan de mooiste die er ooit gebouwd zijn. Ze zijn gebouwd aan het einde van het stoomtijdperk. Ik vergelijk ze wel eens met televisies; je hebt dikke buizentelevisies en flatscreens. Deze machines zijn de flatscreens onder de stoommachines, ze zijn elegant, goed te bedienen en uniek in de wereld. Wij hebben er vier.”

Wat betekent het gemaal voor de omgeving?

“Heel veel. De bewoners van de regio zijn enorm trots op het gemaal, zowel vanwege het imponerende gebouw alsook dat mensen zich veilig  voelen dankzij het gemaal. Als het gemaal aanstaat gaan de harten van de mensen hier sneller kloppen. In Nederland zijn wij binnen de eigen provincie het meest bekend. Veel Friezen weten dat het Woudagemaal op de Werelderfgoedlijst staat, de rest van Nederland nog niet. Binnen Friesland is dit bij 80% van de bevolking bekend, in de rest van Nederland wist vijf jaar geleden niemand hiervan, maar nu zitten we op zo’n 20%. Er is dus nog wel wat werk te doen, in samenwerking met Stichting Werelderfgoed Nederland. Dat wij op eigen kracht al gegroeid waren van 0 naar 20% vind ik al heel wat. Dit is gelukt door veel in de publiciteit te zijn en veel te netwerken. We steken er veel tijd en energie in.”

Waarom staat het gemaal op de UNESCO Werelderfgoedlijst?

“Stoom als energiebron verschafte Nederlandse engineers destijds ( het gemaal stamt uit 1920) een krachtig gereedschap in de eeuwig durende strijd met het water. De Wouda installatie is de grootste en meest krachtige met stoom aangedreven installatie voor hydraulische doeleinden die ooit is gemaakt. Het gemaal vervult nog steeds de functie waarvoor zij ooit ontworpen is en wordt gezien als meesterwerk van Nederlandse hydraulische engineers en architecten, die in de wereld eeuwenlang in dit kader de standaards verschaften en een voorbeeld vormden zoals ze dat nog steeds doen gebouwd. De installaties van het Woudgemaal tonen de kracht van stoom waarmee eeuwenlang de strijd tegen het water werd aangegaan door Nederlandse engineers. Dit alles in een prachtig vormgegeven gebouw.

Het ir. D.F. Woudagemaal bevat alle authentieke componenten en deze zijn in goede conditie. Dat soort aspecten moet je vertalen en dat is best goed gelukt. In de eerste jaren, toen het bezoekerscentrum nog niet open was, zijn we deze feiten gaan uitdragen. Zo ook het feit dat we op de UNESCO Werelderfgoedlijst staan. Dat resulteerde het eerste jaar in een groei van 5.000 tot 8.000 bezoekers naar 15.000 bezoekers. Het tweede jaar, direct na de opening van het bezoekerscentrum, hadden we de eerste maand al dit aantal binnen. Dan heb je direct het effect van wat je het jaar ervoor hebt opgezet. Het ging heel hard.”

Heeft het gemaal een andere plek in de gemeente, in het land en/of in internationale context ingenomen doordat het op de lijst van het Werelderfgoed terechtkwam? 

“Alles wat wij al wisten is bevestigd. Nu we op de Werelderfgoedlijst staan, behoren we tot een select groepje ,  waardoor die trots alleen maar groter wordt. Nu is de waarde erkend door een organisatie als UNESCO en dat geeft wel extra status. We zitten nu in de eredivisie van cultureel erfgoed.”

Wat betekent de plaatsing op de lijst in praktische zin voor o.a. het beheer en behoud van het gemaal?

“Voor 1998 ( het jaar dat we op de UNESCO Werelderfgoedlijst werden geplaatst) was het niet gebruikelijk dat hier veel bezoekers ontvangen werden. Het faciliteren van bezoekers is sinds 2000 echt opgepakt. In 2011 heeft het een flinke impuls gekregen door de opening van het bezoekerscentrum en de nadruk op de status van Werelderfgoed. We kwamen op een punt dat er op dagen dat we onder stoom stonden  ruim 3000 mensen per dag op bezoek kwamen, dat was echt veel. We moesten snel systemen bedenken om grote bezoekersstromen te reguleren. Dat is inmiddels vijf jaar geleden, maar we hebben nog steeds de naam dat, wanneer het gemaal aan staat, er enorme rijen  buiten de deur staan. Dat is helemaal niet meer zo, als het gemaal nu aan staat kunnen we makkelijk 1000 tot 1500 bezoekers verwelkomen. Dat is nu erg goed gegaan. Het bezoekersaantal is gestabiliseerd op ongeveer 40.000 op jaarbasis. Bezoekers komen uit de hele wereld.”

Hoe bijzonder is het dat het Woudagemaal nog in gebruik is als gemaal? 

“Het gemaal stamt uit 1920. Het lag voorheen aan de Zuiderzee, toen hadden de keerdeuren die je buiten ziet nog een functie. Nu ligt het gemaal aan het IJsselmeer en hebben de keerdeuren geen functie meer. We worden steeds meer bewust dat de omslag van Zuiderzee naar IJsselmeer ook voordelen heeft gebracht: we wonen een stuk veiliger. We voeren ook water naar Friesland toe wanneer het te droog is, dat zou niet kunnen als het water nog zout was. 
De machines zijn nog in werking en worden tussen de rondleidingen door onderhouden, bezoekers zien dat ook gewoon. Het is geen museum. We gebruiken de stoom om de machines aan te drijven maar dat moet eerst worden gemaakt, dat gebeurt in grote ketels waar we er vier van hebben. Er wordt water gekookt en de stoom die daar uit voorkomt wordt oververhit naar 330 graden dat onder een druk van 14 bar door de leidingen naar de machine wordt gebracht. Door de druk van de stoom wordt de machine in beweging gebracht. Van één liter water kun je 1700 liter stoom maken, dus je kan nagaan hoeveel kracht er in stoom zit. Dat is de clue van stoom.”

Kun je de slogan ‘Magistrale beleving van stoom, architectuur en water’ toelichten?

“De machinehal is voor ons het heilige van het heilige. Het wordt ook wel de kathedraal van de stoom genoemd. Als je de Beurs van Berlage herkent, herken je ook hier die stijl. Je ziet jugendstil kenmerken, je ziet de kwalitatief hoogwaardige tegels, je ziet vensterbanken van echt natuursteen, je ziet een kantoor van puur eikenhout en dat allemaal uit een periode waarin deze grondstoffen heel schaars waren. Het gemaal is gebouwd tussen 1917 en 1920, vlak na de Eerste Wereldoorlog. Er is toch heel veel tijd besteed aan het ontwerp maar ook aan het vinden van het juiste materiaal. In die tijd waren alle fabrieksgebouwen mooi, er was meer aandacht voor stijl en het werken in een mooie omgeving. Veel industriële gebouwen zijn in deze stijl gebouwd. De versieringen zijn redelijk summier maar degelijk en fraai. Het ontwerp is door ingenieur Wouda gemaakt, niet door Berlage of een andere architect van de Amsterdamse School. Wouda heeft heel goed gekeken naar die stijl. Zelfs de kastjes zijn er door hem in ontworpen.” 

Welke partijen, zowel intern als extern, zijn bij de instandhouding van het gemaal betrokken?

“Het gemaal bestaat uit een bezoekerscentrum waarvan ik de directeur ben en waar 120 vrijwilligers bij aangesloten zijn, en het gemaal zelf. Dat is eigendom van het Wetterskip Fryslân (het Friese Waterschap), hier werken de professionals. Dat zijn betaalde krachten van het waterschap. Ik ben gedetacheerd naar de Stichting Ir. D.F. Woudagemaal, ik bepaal bijvoorbeeld niet wanneer het gebouw aangaat.
De vrijwilligers hebben allerlei verschillende achtergronden. Sommigen zijn gepensioneerde docenten die zich interesseren alles wat met water te maken heeft. Anderen komen uit de kunst en cultuursector of uit de techniek. Het is een leuk en gemêleerd gezelschap, met ieder zijn eigen interessegebied. Eigenlijk kun je hier drie rondleidingen krijgen en er zal altijd weer een andere nuance in zitten. Onze rondleiders krijgen een opleiding en zijn wel verplicht om drie onderwerpen, water, cultuur/architectuur en techniek, aan te snijden. Als hulpmiddel hebben wij nu vier jaar een audiotour in negen talen die bezoekers kunnen downloaden, dat loopt van het Fries naar het Chinees.”

Tegen welke punten van beheer en behoud lopen jullie aan (wat doet het regelmatige gebruik bijvoorbeeld met het gemaal)? Wat kan er beter of anders?

“Beheer en behoud is hier altijd belangrijk omdat het gemaal nog steeds een functie vervult. Heel veel mensen zeggen dat het prachtig uit ziet, maar dat zou ook zo zijn als we niet op de Werelderfgoedlijst stonden. Dat hoort er gewoon bij. We gebruiken het gebouw en zijn er trotst op dat het is zoals het is. We passen goed op de machines, het is fijn om in een schone en nette omgeving te werken.”

Wat is de meerwaarde van interieur en exterieur t.o.v. het gemaal?

“Het leuke van de Amsterdamse School, is het gespiegelde effect. In praktische zin is dat hier ook heel handig toegepast. In het kantoor zat vroeger de hoofdmachinist. Vanaf die plek zijn de machines gespiegeld tegenover elkaar geplaatst. De bewegingen worden aan de buitenkant bediend. Omdat het gespiegeld is, heeft de hoofdmachinist het vanuit het middelpunt een volledig overzicht. Wat je hier ziet, zo was het in 1920 ook. In het ketelhuis zijn wel zaken veranderd. Het gemaal is in de jaren ’50 van kolenstook naar oliestook gegaan en daar zijn andere ketels voor gekomen. Verder heeft Ir. Wouda ook oog gehad voor kleine dingen zoals de kastjes, het glazen en houten kantoortje, die typische stijlkenmerken die je terug vindt. De lijn van eenvoud en degelijkheid die je overal, ook in de versieringen, terugvindt. Schoonheid, degelijkheid en praktisch. Esthetiek en functionaliteit gaan hand in hand.” 

Kun je een voorwerp noemen dat veel belangstelling krijgt van de bezoekers?

“Als mensen hier binnenkomen in het ketelhuis, maken die grote ketels en de geur veel indruk. Het effect is dat zij het immens vinden. De ruimte om de machines heen zorgt dat deze mooi uitkomen. Het heeft een wauw-effect. Eerst komt dat overweldigende gevoel en daarna kijken veel bezoekers naar de details zoals hoe een machine werkt.”

Wat is de jongste toevoeging?

“Op dit moment werken we aan een VR tour in combinatie met Augmented Reality. In het gemaal mag je niets neerzetten, ook geen informatieborden. Daarom hebben we nu een audiotour, maar met VR kun je een extra dimensie aan de werkelijkheid toevoegen, namelijk het gemaal in werking laten zien en inzoomen op hoe iets er van binnen uit ziet. Dat kan niet door bordjes op te hangen want het is geen museum. Er mag niets binnen het gemaal worden veranderd of neergezet. Informatiezuilen en bordjes zijn uit den boze omdat het nog een werkend gemaal is. Wij zijn ons er heel erg bewust van dat wij in een industriële omgeving werken.”
    
Ondertussen schuift Rein Couperus, sinds 20 jaar monteur bij de technische dienst van het Waterschap, bij het gesprek aan.

Jullie zijn nog in het bezit van het authentieke oliekannetje. Wat is de rol en (symbolische) waarde van dit kannetje? 

Rein: “De oliekan wordt nog gebruikt om de machine, of bepaalde onderdelen daarvan, te smeren. Hij is gewoon nog steeds nodig. Zonder olie is er geen beweging en loopt alles vast. Dat het een bepaalde vorm heeft en van kopermessing is gemaakt, komt omdat men dat vroeger mooi vond.” 
Wordt er bij het gereedschap nog gebruik gemaakt van Engelse maten?
Rein: “Ja, alle bouten en moeren van de machine zijn op Engelse maatvoering gebaseerd. Dat komt deels omdat stoommachines oorspronkelijk uit Engeland komen, daar is de industriële revolutie begonnen. Hier werken we nog met speciale sleutels die voor deze machines en maten gebruikt worden.”

Wat gebeurt er als het gemaal in werking wordt gesteld?

Hilda: “Hoe bijzonder het aanzetten van het gemaal is, kun je alleen maar ervaren als je erbij bent. De hoofdmachinist draait de kraan open, regelt het af, kijkt en luistert naar zijn mensen. Het is een kwestie van luisteren, ervaren en onuitgesproken afspraken nakomen. Daarna pakt hij een koperen kannetje op en gaat naar de volgende machine waar olie in wordt gegooid en begint het proces opnieuw, vier keer achter elkaar. Hij is net een soort priester die door zijn kerk loopt met een wijwatervat. Het gemaal is dan echt de kathedraal van de stoom.”
Rein: “Ondanks dat je het al vaak gedaan hebt, is het elke keer weer spannend. Een machine is vorig jaar uit elkaar gehaald en dan kun je hem pas weer uit proberen wanneer alles onder stoom is. Wanneer we opstarten zie je ook alleen maar strakke gezichten, je wil er geen afleiding bij. Als bezoekers dan dingen willen vragen, kan dat gewoon even niet.”
Hilda: “Het is een heel mooie, unieke sfeer. Wanneer er wordt gepompt, gaat het hart van het gemaal slaan. Dat voelen alle mensen die hier werken. Daardoor voel je ook een soort emotie, je hebt veel meer met het gemaal dan alleen een band. Als het een museum was geweest en we draaiden alleen voor de show, dan was dat gevoel er niet.”
Rein: “Het gemaal draait twee keer per jaar als opleidingstraject om technici ervaring te laten opdoen. Eén of twee keer per jaar moeten we draaien om het waterpeil in de boezem onder controle te houden. Dan gaan we vierentwintig uur door in drie ploegen van acht uur per ploeg. De nachtdienst vind ik het mooiste, dan zijn we maar met zijn vieren en denk ik: ‘Zo, nu is ‘ie van mij’.”

Wat hoop je dat het amendement over interieurensembles in de Erfgoedwet zal toevoegen voor interieurs in Nederland/ het Woudagemaal?

Hilda: “Het Woudagemaal is beschermd, maar bijvoorbeeld bij kastelen kan ik mij voorstellen dat het anders ligt. Zo was ik laatst in het Jachthuis van Kröller-Müller (Jachthuis St. Hubertus), het zou zonde zijn als dat interieur niet beschermd zou worden. Het interieur hoort daar ook bij het exterieur. Hier wordt dat ook gewaardeerd en in stand gehouden. Ik denk dat we daarin een voorbeeld zijn. 
Rein: “We proberen ook altijd zo te werken, dat we alle veranderingen die we moeten doorvoeren weer kunnen terugdraaien.”
Hilda: “Ja, het is zelfs zo dat we een paar jaar geleden tijdens een grote restauratie alles in 3D hebben gescand, ook het interieur. Dan kunnen we altijd teruggrijpen naar hoe het was. We lopen in die zin denk ik wel voorop.”
Rein: “Ik denk dat het in die zin ook een voordeel is dat het Waterschap de eigenaar is en het gemaal een functie heeft, waardoor er nog geld is voor beheer. De historische waarde is belangrijk, maar het moet ook blijven draaien.” 
Hilda: “Wanneer het gaat om veiligheid worden er wel dingen aangepast, bijvoorbeeld als er asbest gevonden wordt. Maar authenticiteit is wel belangrijk. Alle koperen leidingen waren geverfd, en nu wordt de verf er afgehaald om het koper weer te laten zien. Het is heel mooi om de oude dingen weer opnieuw te gebruiken. Daar zijn we heel zuinig op, het is ook een stukje duurzaamheid.”

Lees ook het verhaal achter het Woudagemaal.

Reacties