U bent hier

Interview met: Gerhard A. Bakker, directeur Stichting Alde Frieske Tsjerken

Preekstoel, Kerk Hegebeintum (foto: Wouter van der Sar)

Preekstoel, Kerk Hegebeintum (foto: Wouter van der Sar)

De kerk van Hegebeintum is een van de 72  toonbeelden op de lijst van belangrijke en opzienbarende interieurensembles. De heer Gerhard A. Bakker is directeur van de Stichting Alde Fryske Tsjerken en daarmee ook van de Hervormde Kerk in Hegebeintum. Dit interview met hem werd gehouden door Rianne Walet op 29 juni 2016 in opdracht van de RCE en in het kader van de inventarisatie van toonbeelden voor de lijst interieurensembles.

Hoe werd de hervormde kerk eigendom van de stichting?

Onze Stichting heeft de kerk van Hegebeintum in 1982 overgenomen. Een lid van ons bestuur heeft toen één van de kerkvoogden letterlijk van huis heeft moeten ophalen voor de plechtigheid van de overdracht. Het lag héél gevoelig. Die kerkvoogd was het oneens met de overdracht, maar zijn handtekening kon niet ontbreken. 
Vrijwel altijd als er een kerk wordt overgedragen, zien we wel mensen die daar pijn van hebben. Het is voor sommigen echt een rouwproces. Een plek waar je met je ouders naar de kerk bent geweest, waar je kinderen zijn gedoopt, waar huwelijken hebben plaatsgevonden: mensen hebben vaak een enorme emotionele binding met ‘hun’ kerk.
Die gevoelens van pijn en verdriet komen we ook nu nog wel tegen. Dat benoemen we ook als we een kerk overnemen. Dat er mensen pijn van hebben, ontkennen we niet. Men weet dat de Alde Fryske Tsjerken goed voor haar kerken zorgt. Er bestaat veel vertrouwen in onze Stichting. We zijn niet voor niets een Professionele Organisatie voor Monumentenbehoud geworden. Het is daarom óók een feestelijke dag: de kerk krijgt als het ware een nieuw leven bij de Alde Fryske Tsjerken. Het is een wederopstandingsverhaal, zou je met een knipoog kunnen zeggen. 

Heeft deze kerk een andere rol gekregen bij de overname?

De Hervormde Gemeente Blija-Hogebeintum had twee kerken. Ze hebben nu nog een grote kerk in Blija over, waar gemiddeld 30 tot 40 mensen zitten op een zondag. Ze vonden het te lastig om twee kerken te onderhouden, dus werd één kerk naar de Alde Fryske Tsjerken overgedaan. Dat was een goede oplossing. Voor de kerk van Hegebeintum hebben we een nieuwe gebruiker gevonden: het Fries Oecumenisch Werkverband Hegebeintum. Zij houden eens in de maand Friestalige diensten. Ook wordt de kerk gebruikt voor trouwerijen. Bovendien kan hij vrijwel alle dagen van het jaar als ‘museumkerk’ bezocht worden vanuit het bezoekerscentrum onderaan de terp.
Het kerkhof is nog eigendom van de Hervormde Gemeente Blija-Hegebeintum. De band met de kerkelijke gemeente is goed; we zijn ‘buren’ van elkaar, dus je gaat zorgvuldig met elkaar om. Ze hebben ook meebetaald aan het funderingsherstel van de toren dat eind 2015 heeft plaatsgevonden.
De verzakking van de toren is decennia lang een grote zorg geweest. 25 jaar geleden is er een verdichte aarden ring om de terp gelegd, in de hoop dat de verzakking van de toren daarmee gestopt zou kunnen worden. Dat heeft helaas niet gewerkt. De toren bleef maar verder verzakken. Dankzij een bijdrage van een vermogende particulier en een subsidie van de provincie hebben we dat probleem in 2015 dan toch kunnen oplossen. Dat we het uiteindelijk voor elkaar hebben gekregen, zorgt voor meer respect voor de Alde Fryske Tsjerken.

Hoe bijzonder is deze kerk?

1 op de 3 Friese kerken (250 van de 770) is al herbestemd en heeft een andere functie gekregen. De kerk van Hegebeintum heeft nu een museumfunctie, maar er vinden ook nog Friestalige kerkdiensten plaats evenals huwelijken en uitvaarten. Het belang van deze kerk staat buiten alle twijfel. Het bezoekerscentrum onderaan de terp verzorgt rondleidingen waarvoor ze een vergoeding vragen. 
De kerk staat op de hoogste terp van Nederland, dat maakt hem op zich al bijzonder. Het interieur heeft ook een hele speciale sfeer. Je ziet er het patina van de tijd. Dat heeft voor mij een grote charme; het is zonde om dat weg te poetsen. Veel kerken zijn bij restauraties zo grondig opgeknapt, dat ze haast ‘nieuw’ lijken. Dan vind ik dit persoonlijk veel mooier.
In Friesland zijn naar verhouding veel Romaanse kerken bewaard gebleven omdat er door de eeuwen heen maar weinig geld was om ze vergaand aan te passen of te vervangen door nieuwbouw in modernere stijlen. Veel bezoekers vinden die sobere eenvoud van het Friese kerkinterieur prachtig. Ik hou daar ook erg van. 
Als je in Friesland rondkijkt, dan zie je toch dat er heel wat kerkinterieurs in meer of mindere mate zijn aangetast. Aanpassingen vinden vaak plaats in de verwachting dat er meer inkomsten gegenereerd kunnen worden uit multifunctioneel gebruik. Die verwachting wordt lang niet altijd bewaarheid, maar dan is het interieur wel vergaand aangetast. Het gebeurt ook wel in de hoop dat het kerkelijke leven een impuls krijgt. Dan worden ‘ouderwetse’, monumentale bankenblokken verwijderd om plaats te maken voor ‘moderne’, kleurige stoelen. In de praktijk zie je echter meestal dat de teruggang van het kerkbezoek er niet door wordt gestopt. Nog steeds worden monumentale interieurs opgeofferd in de illusie – dat is mijn mening tenminste - dat het geld gaat opleveren of een opleving van het kerkelijk leven.

Wat is de meerwaarde van het interieur voor deze kerk?

De waarde van het interieur van deze kerk is misschien wel 2 keer zo groot als het exterieur. Dit komt door de connectie met de bewoners van Harsta State. Zij hebben nadrukkelijk hun stempel op het interieur gedrukt, in de vorm van rouwborden, grafzerken en een herenbank met hun familiewapens daarop. Het lijkt haast wel of het hun privé grafkapel was. Veel bezoekers van de kerk willen na het horen van het verhaal graag ook de Harsta State bezoeken. Dat is nu niet mogelijk, omdat het particulier bezit is. Mogelijk dat daar in de toekomst een oplossing voor gevonden kan worden.

Welke object krijgt het meeste aandacht van bezoekers?

Dat zijn de 16 rouwborden van de bewoners van Harsta State. Dit is een van de grootste collecties in het hele land. Het is heel bijzonder dat die bewaard zijn gebleven. In de Franse tijd moesten alle familiewapens uit openbare ruimten verwijderd worden. Veel rouwborden zijn toen vernietigd. Van 80 of 90% van de grafzerken zijn de adellijke familiewapens weggehakt. Hier zijn ze nog netjes aanwezig op de zerk van de broer van ‘stedendwinger’ Menno van Coehoorn. Het is een raadsel hoe alles de Franse tijd heeft doorstaan. Misschien zijn de rouwborden naar Harsta State gebracht, en hebben ze in de kelder of schuur gelegen en zijn de zerken verstopt en afgedekt.
Boven de preekstoel is een prachtig stuk fresco te zien, dat bij de laatste restauratie tevoorschijn is gekomen. Daar is vrij summier over geschreven; het zou het oudste van Friesland zijn. Ik zou daar graag nog eens onderzoek naar willen laten doen. Volgens mij zit er een fascinerend verhaal achter. Dat zou een prachtige studie kunnen opleveren.
Deze kerk is absoluut van internationaal belang. Niet alleen vanwege de samenhang met de bewoners van Harsta State, maar ook landschappelijk. De kerk staat op de hoogste terp van Nederland. Terp en kerk vormen samen een icoon van de heroïsche strijd tegen het water. Gasten uit het buitenland vinden het fascinerend dat we hier in Nederland grotendeels onder de zeespiegel wonen, en dat we vroeger met mensenhanden terpen aanlegden om het water te weren. Dat is een prachtig verhaal om te vertellen, als je hier in Hegebeintum komt. 
Per jaar verwelkomen we 7.000 tot 10.000 bezoekers, maar nog lang niet alle Friezen zijn hier geweest. Bij het funderingsherstel hebben we schoolklassen uit de regio laten komen en hebben we ook een bouwplaat laten maken. Hegebeintum is een prachtig bestemming voor een schoolreisje. 
Zonder het interieur wordt het verhaal een stuk dunner. Dan heb je nog wel de hoogste terp, maar het is nu een heel gelaagd en rijk verhaal wat je kunt vertellen. De tufstenen die uit de Eiffel gehaald werden, de verlenging van de kerk met baksteen na circa 1150, de toren die is afgebroken en weer opnieuw is opgebouwd, de bewoners van de Harsta State die hun sporen hebben achtergelaten, enzovoorts.

Wat hoop je dat de Erfgoedwet kan betekenen voor dit interieur?

Sinds ik directeur ben pleit ik ervoor dat het Rijk meer oog krijgt voor kerkinterieurs en bijdraagt aan de instandhouding daarvan. Daarom ben ik blij dat er in de nieuwe Erfgoedwet een aparte clausule over interieurensembles is opgenomen. Nu zijn formeel alléén de nagelvaste onderdelen beschermd. Een kandelaar aan de muur is onderdeel van het beschermde monument, maar een kandelaar op een eeuwenoude avondmaalstafel niet. Ook die bijzondere tafel is niet beschermd, maar het doophek weer wel. Dat is niet logisch. De rouwborden hier in Hegebeintum zijn niet nagelvast bevestigd. Iedereen begrijpt dat het absurd zou zijn als we daarom geen subsidie voor het onderhoud zouden kunnen krijgen. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor een preekstoel. Dat is toch raar? Door de interieurensembles nauwkeuriger te beschrijven, kan het Rijk er aan bijdragen om in ieder geval de meest waardevolle interieurs te behouden.

Lees ook het verhaal achter de kerk van Hegebeintum.

Reacties