U bent hier

Interview met: Evert Schilder, kunstbeheerder Hotel Spaander

Hotel Spaander (foto: Wouter van de Sar)

Hotel Spaander is een van de 72  toonbeelden op de lijst van belangrijke en opzienbarende interieurensembles. Evert Schilder is beheerder van de kunstcollectie van Hotel Spaanderr.  Dit interview werd gehouden door Rianne Walet op 26 oktober 2016 in opdracht van de RCE en in het kader van de inventarisatie van toonbeelden voor de lijst interieurensembles.

Het interieur van het Volendammer Hotel Spaander herbergt de meest authentieke hotelkamer van Nederland,  maar het kloppende hart van dit bedrijf  bestaat uit de indrukwekkende kunstcollectie die geheel is vervlochten met het hotel, zijn geschiedenis, zijn gasten en Volendam zelf. Deze collectie en de verhalen die beheerder en voormalig interim-directeur Evert Schilder hierover weet te vertellen,  maken van dit hotel een  kleurrijk monument. 
Hotel Spaander is in 1881 gestart door naamgever Leendert Spaander en kwam in 1961 in bezit van de familie Schilder. Sindsdien is het hotel een familiebedrijf dat inmiddels op het punt staat om aan de derde generatie te worden overgegeven. 

Wat is de achtergrond van Hotel Spaander en haar kunstcollectie?

Evert Schilder: “De geschiedenis van Hotel Spaander begint in 1854. Toen was het een dorpscafé en tegelijkertijd een postkantoor en tandartsenpraktijk, er gebeurde van alles. In 1881 heeft Leendert Spaander het gebouw gekocht. Hij was zeilmaker en zat op de grote vaart, daardoor kon hij redelijk goed Frans, Duits en Engels. Voor een dorp als Volendam was dat destijds bijzonder, men sprak hier alleen Volendams. Hij [Leendert, red.] begon het hotel en bedacht een plan om klanten te trekken. Hij besloot kunstenaars te prikkelen om naar Volendam te komen omdat het pittoresk was met de grote bottervloot en klederdracht. Veel kunstenaars logeerden in Spaander maar waren arm en betaalden hun kamer in de vorm van een schilderij. Zodoende heeft hij een leuke collectie kunnen opbouwen. Zijn dochter Alida nam het hotel op een zeker moment over, maar overleed plotseling in 1952. Toen was er dus geen opvolger meer en kwam er een zetbazin. Maar zij maakte er een puinhoop van. In een paar jaar tijd was het hotel verloederd. Er woonden meer katten in dat hotel dan dat er mensen op Volendam woonden! In 1963 kreeg mijn vader de kans om het hotel te kopen en heeft het gebouw verfraaid met nieuwe serres, hij maakte het hotel tot wat het nu is. 
Veel van de schilderijen behoren tot de inboedel. Er waren er veel meer, maar die zijn verloren gegaan door het eerdere wanbeleid. De zetbazin lustte graag een borrel en heeft in diverse dronken buien een aantal kunstwerken verbrand op de parkeerplaats. Onze intentie was om de kunstcollectie te verfijnen en mooie werken aan te kopen. Dat is ons gelukt en dat doen we nog steeds. We nodigden tot voor kort elk jaar een aantal artiesten uit om op kosten van Hotel Spaander een week te blijven logeren, en plein air te schilderen en te betalen met kunstwerken. Dat kan nu niet meer omdat het teveel geld kostte. We proberen het verzamelen van kunst door te laten gaan door uit te breiden met moderne kunst. Wij kopen alleen aan als de kunst te maken heeft met Hotel Spaander of Volendam en we verkopen niets.” 

Hoe ben jij bij Hotel Spaander begonnen?

“Ik kwam tijdens mijn werk een schilderij tegen van een jongen, uit 1929. Die jongen leek als twee druppels water op mijn neef, maar niemand in de familie kon uitleggen waarom. Daar ben ik toen ingedoken en het bleek Leendert Hoekstra te zijn, de zoon van Alida Spaander. Eens in de 6 weken breng ik eten langs bij ouderen uit het dorp. Zo kwam ik eens op bezoek bij een oude Volendammer vrouw en die zei: ‘jij bent toch een Spaander?’ Zij vertelde mij  dat mijn opa geen kinderen kon verwekken. Ja, nu kan men naar het ziekenhuis om dit met moderne technieken te verhelpen, maar vroeger ging dat anders. Er werd dus voor vervanging gezorgd. Mijn biologische opa was volgens die vrouw de broer van Leendert Spaander, Jan Spaander. Ze zei: ‘Heel Volendam weet dat, behalve jullie.’ Ik ben naar mijn broer gestapt, hij is priester en mag dus niet liegen. Hij gaf me een heel diplomatiek antwoord maar  zei geen ja of nee. Toen heeft een vriend van mij alle stambomen uitgezocht en zei: jij bent eigenlijk een Spaander. Daarom is die connectie er dus met dat portret, dat zo lijkt op mijn neef. Dat is eigenlijk een heel mooi en spannend verhaal. Leendert Spaander, de eerste eigenaar, wist dit ook en heeft in zijn testament laten vastleggen dat het hotel alleen mocht worden overgenomen door een rijke Volendammer met een groot gezin. Daar was er in die tijd maar één van: mijn  vader, de biologische zoon van Jan Spaander.”

Wat betekent het hotel en haar collectie voor jou?

“Je hebt in Nederland honderdduizenden hotels. Dat zijn allemaal strakke bakken, zakelijk. Maar wij hebben een hotel dat kunst ademt. Het is heel wat anders.”

Wat zijn jouw dagelijkse werkzaamheden?

“Mijn vader vond de kunstcollectie wel leuk maar hij had er geen verstand van. Het was gewoon zijn hobby. Op een gegeven moment werd mij gevraagd om de hele collectie te fotograferen, te categoriseren en in een databank te zetten. Ik had nog nooit een computer gezien of een fototoestel aangeraakt maar ik ben gewoon begonnen door in het depot de schilderijen te fotograferen. Soms dacht ik, ik hou er mee op, maar het begon altijd weer te kriebelen. Nu staat de complete collectie van 1500 werken in de databank en weet ik er alles van af.”

Welke partijen zijn nog meer bij de instandhouding van de collectie betrokken?

“Vroeger leenden we aan ieder geïnteresseerd museum af, maar sommige schilderijen zijn al heel oud.  Het is heel belangrijk dat er goed mee wordt omgegaan, daarom hebben wij een stop op het uitlenen gezet.
Toen wij de schilderijen met het hotel overnamen, was de staat ervan slecht. Vroeger mocht men nog binnen roken. De restauratrice die wij in dienst hadden maakte de schilderijen schoon en je wil niet weten wat er allemaal van af kwam, zoveel drek van nicotine. De schilderijen hingen er al lang en dat laat zijn sporen na. De interieurverzorgsters mogen nu ook niet zelf de schilderijen schoonmaken. Dan leg ik ook uit waarom niet. Sommige schilderijen hangen achter glas en als je dat glas met water schoon maakt, kan er vocht achter het glas komen dat wordt opgezogen door het schilderij. Dan heb je een bruine vlek. Er moet dus altijd worden schoon gemaakt met een droge doek. Daarom zorg ik zelf voor de collectie. 
Ik hoop in ieder geval dat er later serieus met de collectie zal worden omgegaan. Dat is ook iets wat ik er bij mijn zoon in ram: ‘denk erom, jij bent de baas over de kunst. Een ander moet er vanaf blijven tenzij jij ervan weet.’ Als er een schilderij in Hotel Spaander wordt verhangen, wil ik het weten en wil ik dat zelf doen. Als het dan fout gaat, kan ik alleen mezelf de schuld geven. Soms weten mensen ook niet hoe je met de schilderijen om moet gaan, hoe je het ophangt, hoeveel licht er op moet. Ik geef aan mijn zoon mee dat hij dat allemaal zelf moet doen. Je moet er een gouden regel van maken: van de kunst blijft iedereen af.”

Kunnen je iets vertellen over de meerwaarde van het geheel? Op welke manier(en) komt deze meerwaarde tot uiting? 

“De kunstcollectie is de levensader van het hotel, maar de eigenlijke herberg, waar het eerste café gestart is, stamt uit 1854. Daar is niets aan veranderd en is ook authentiek en bijzonder.”

Hoe reageren bezoekers? Hoe wordt het hotel en de inrichting met de kunst door hen ervaren? 

“Ook voor ‘Herrie in Hotel Spaander’ kwamen er veel mensen om te kijken naar de kunstcollectie. Je kunt zo ook zien dat kunst een apart iets is. Niet iedereen houdt ervan, maar bij de mensen die er wel van houden moet je je bekendheid zoeken. Het was de intentie van de serie omdat ook te belichten.”

In ‘Herrie in Hotel Spaander’ zei Anne Schilder (zangeres BZN): “Welke Volendammer kent Hotel Spaander niet? Volendam zou Volendam niet zijn zonder Hotel Spaander.” Wat betekent Hotel Spaander verder voor de omgeving?

“Vroeger ging iedereen naar Hotel Spaander, het was een begrip. Het gekke is, Volendammers komen er zelf niet veel. Ik denk dat er een drempel is, dat ze daar niet echt van houden. Volendammers zijn een  apart slag volk. Zij denken: ‘doe maar normaal, dan doe je al gek genoeg.’ Leendert Spaander en zijn gezin waren destijds high society, vreemde lui. Dat leeft nog een  beetje.”

Kun je één of meer voorwerpen in noemen die veel belangstelling hebben van de bezoekers?

“Dat is een kwestie van smaak. Er is niet gezegd dat onze populairste schilderijen ook de mooiste zijn. Soms vinden mensen ze te zoet. Er zijn wel twee bijzondere werkjes van haarspelden. Vroeger had men de gewoonte om de hand van een vrouw te vragen met een briefje waar je de haarspeld van die vrouw doorheen stak. Zo ging je naar haar vader en vroeg je zijn dochter ten huwelijk. George Hering, een kunstschilder, vroeg zo ook een dochter van Leendert Spaander ten huwelijk en heeft een tekening van die haarspeld gemaakt. Een andere kunstschilder, Willie Sluiter, deed dat ook. Hij was ook gek op een dochter van Spaander maar hij heeft haar nooit gekregen. Zijn schilderij is zo zuiver, het lijkt net echt. Ze hangen onder elkaar in het hotel en iedereen loopt er op af. Dan staan ze er een klein stukje vanaf en zien ze soms niet eens dat het getekend is. Ieder schilderij heeft echt zijn eigen verhaal. Zo hangt er ook een schilderij van Hille Butter. Zij was een heel belezen Volendammer vrouw, de mooiste uit het dorp, en de eerste die durfde te scheiden. Zij had een verhouding met Prins Hendrik, de man van koningin Wilhelmina. Ik heb ook haar dagboek gezien, dat is nu van een particulier. Daar staat alles in. Mijn moeder woonde naast Hille Butter en weet nog dat Prins Hendrik met zijn jacht aankwam, zich liet overroeien door zijn personeel en door de modder naar Hille liep… en toen was haar man thuis en kon hij weer omdraaien. Veel kunstenaars kwamen bij Hille over de vloer, zij was heel mooi om te schilderen. Die kunstenaars stonden vaak in contact met het koninklijk huis. Zo is Hille in contact gekomen met Prins Hendrik.”

Is er een object dat voor jou extra betekenis heeft?

“De schilderijen van Signac en Van der Waay zijn veel waard. Van die laatste hebben wij er vier of vijf in de collectie. Een mooi werk is een schilderij van een Volendammer vrouw en haar kindje. Zij werkte in een huis in Edam, waar de hogere klasse woonde, en daar werd dit kindje aangekleed voor de eerste communie. Het gezicht van de vrouw zie je ook in een spiegel. Als je dat kan schilderen, ben je knap.”

Waarom is het belangrijk dat het Hotel samen met de collectie in stand wordt gehouden en voor wie?

“Het is natuurlijk een familiebedrijf. Het is nu van de tweede generatie, maar langzaam aan gaan we het overgeven aan de derde generatie. Dan kun je het volgende doen: de collectie niet voortzetten in het hotel. Maar dan krijg je hetzelfde als een Hilton- of Mercure Hotel, een vierkante, betonnen bak. Haal je de kunst uit het hotel, dan heb je niets meer over! Dan is het oud hout en een betonnen bak. Die kunst, en dat hoor je vaak als je gasten spreekt, die zie je nergens. Bereisde gasten vinden het heerlijk. Dat zie je ook met Kamer 1 [de eerste kamer van Hotel Spaander uit 1881]. Heel veel mensen willen perse in die kamer slapen, vooral Amerikanen zijn er stapelgek op. Het enige dat waterpas staat, is het bed. Verder staat alles schots en scheef. Natuurlijk zijn er genoeg mensen die zeggen dat we de collectie moeten verkopen en er geld van kunnen maken. Maar de meesten zeggen dat we dat niet kunnen doen, het hoort bij het hotel. Dat kun je nooit weghalen, dat is zonde. Dan gooi je een stuk geschiedenis weg, dat moet je niet doen.”

Lees ook het verhaal achter Hotel Spaander en bekijk meer bijzondere foto's.

Reacties