U bent hier

Interview met: Eggo Tiemens, erfgoedbeheerder Hoogheemraadschap van Rijnland

Grote zaal Rijnlandshuis (foto: Ronald Tilleman)

Het Rijnlandshuis, zetel van het Hoogheemraadschap van Rijnland, is een van de 72  toonbeelden op de lijst van belangrijke en opzienbarende interieurensembles. Eggo Tiemens is erfgoedbeheerder bij het Hoogheemraadschap en als zodanig goed bekend met het Rijnlandshuis.  Dit interview met hem werd gehouden door Rianne Walet op 17 mei 2016 in opdracht van de RCE en in het kader van de inventarisatie van toonbeelden voor de lijst interieurensembles.

Het Hoogheemraadschap van Rijnland (Leiden en omgeving) is al meer dan 750 jaar verantwoordelijk voor de bescherming van dit gebied tegen water door middel van dijken, duinen en waterbeheersing. Deze indrukwekkende staat van dienst leidde tot de opbouw van een al even indrukwekkende erfgoedcollectie, waarvan een deel te zien is in het Gemeenlandshuis in Leiden, al eeuwenlang het zetel van het Hoogheemraadschap. Eggo Tiemens is sinds 2007 de beheerder van dit erfgoed: “Het gebouw is qua exterieur en interieur uniek, bij benadering authentiek en een onverbrekelijke eenheid. Het is één van de iconen van onze organisatie.”

Hoe ben je bij het Hoogheemraadschap terecht gekomen?

Eggo Tiemens: “Ik was bestuursambtenaar in Hoofddorp bij waterschap Groot-Haarlemmermeer. Door een fusie in 2005 met andere waterschappen ben ik naar Rijnland gekomen als afdelingshoofd en bestuursadviseur. Hier ben ik afdelingshoofd geworden van archieven en documentaire informatievoorziening. Na ongeveer twee jaar kwam er een reorganisatie, die gaf mij de kans om weer iets anders te gaan doen. Ik  kon toen solliciteren op de functie van erfgoedbeheerder. Die bestond voorheen niet bij Rijnland. Ik had geen opleiding in deze richting, ik heb een cursus museaal collectiebeheer gedaan bij het Rijksmuseum van Oudheden. Mijn achtergrond als bestuursambtenaar heeft er wel voor gezorgd dat ik makkelijk kon praten, schrijven en dingen uit kon leggen. Dat hielp wel. Verder was ik lid van de monumentencommissie van de gemeente Haarlemmermeer geweest en betrokken bij de culturele raad.”

Zou je dit werk tot je pensioen willen doen?

“Ja, dit wil ik blijven doen. Het zou leuk zijn de functie te kunnen doorgeven. Ik denk dat deze functie blijft bestaan omdat het veel meer is dan alleen het collectiebeheer en het advies geven over onroerend erfgoed. Ik mag me ook bemoeien met subsidieverlening of het schrijven van boeken en tentoonstellingen. Het werk is zo leuk en boeiend dat het bijna lijkt op een hobby. Ik zie het niet eens als werk. Het bezig zijn met erfgoed levert kost veel positieve energie maar levert dat ook op. Dan ga ik na mijn  werk nog  dingen uitzoeken waar ik die dag geen tijd voor had. Je moet er uithalen wat er inzit, via het erfgoed. Dat is een heerlijk onderwerp en onuitputtelijk.”
Wat betekent het Gemeenlandshuis als monument voor het Waterschap?
“Het Gemeenlandshuis werd in 1578 door het hoogheemraadschap aangekocht als hoofdzetel van zijn bestuur en werd van toen af, tot en met de dag van vandaag, als belangrijkste en meest waardevolle onroerend erfgoed beschouwd. Het gebouw is een zogenaamd beschermd monument op grond van de wet en is qua exterieur en interieur uniek, bij benadering authentiek en een onverbrekelijke eenheid. Het is één van de iconen van onze organisatie.” 

Wat betekent het Gemeenlandshuis voor jou zelf?

“Het Gemeenlandshuis betekent voor mijzelf een reis terug in de tijd. Het gebouw boezemt zowel ontzag in als bewondering en liefde voor de wijze waarop het generaties lang in stand is gehouden met als resultaat de huidige situatie.”

Ervaar je een toegevoegde waarde van het historische meubilair en de andere voorwerpen in dit rijksmonument?

“De historische objecten in het pand vormen –mede door de smaakvolle ensemblevorming- een eenheid met het exterieur. Alle objecten vertellen hun eigen historie. Verreweg de meeste objecten zijn water gerelateerd en uniek. Het gebouw en het interieur vertellen als het ware hun eigen geschiedenis. Tijdens de zeer interactieve rondleidingen en ontvangsten komen ook de achtergronden en details op soms prikkelende wijze aan de orde.”

Zijn er ook externe partijen betrokken bij de instandhouding van het gebouw en het interieur?

“Intern is de kennis aanwezig bij diverse personen met uiteenlopende functies: de gebouwenbeheerder, met behalve kennis en vaardigheid, óók affiniteit met onroerend erfgoed, de restaurator, die behalve kennis en vaardigheid t.a.v. de restauratie van papier, perkament en andere informatiedragers heeft, ook praktisch betrokken is bij zaken die spelen m.b.t. het onderhoud van het interieur. Daarnaast is er sprake van specialistische schoonmaak van het interieur in de representatieve ruimten door een medewerker die is opgeleid als behoudsmedewerker. Verder is er betrokkenheid van de erfgoedbeheerder (collectiebeheerder) en de voormalige archivaris (kennis over het verleden van het pand, zijn gebruikers en het interieur). Externe partijen zijn betrokken bij de instandhouding van het gebouw en het interieur. Dit is o.a. aan de orde als er sprake is van onderhoudswerkzaamheden van het gebouw en onderhoud aan- of reparatie van - het goudleerbehang in de Grote Zaal. Schilders, metselaars, dakdekkers, elektriciens en loodgieters die gewend zijn om te gaan met historische panden. Ook is er een bedrijf dat het goudleerbehang inspecteert en restaureert. Er zijn verder geen adviseurs betrokken. Het pand is eigendom van de Stichting het Gemeene land, die verhuurt het aan Rijnland.”

Tegen welke punten van beheer en behoud loop je aan?

“Het interieur van het Gemeenlandshuis is in goede handen bij degenen die zich de zorg voor het pand en het interieur aantrekken. Risico’s zijn er als het gaat om het gebruik. Alhoewel erfgoed er is om te gebruiken, dient dat wel op een voorzichtige en verstandige manier te gebeuren. Het komt voor dat gebruikers met onvoldoende besef van de waarde van het interieur, hier onvoorzichtig en onverstandig mee omgaan. Wat misschien beter kan, is het gebruik te beperken tot degenen die voldoende besef hebben van de waarde van het interieur. Dit is echter niet realistisch. Rijnland is geen museuminstantie ,maar een eigentijdse organisatie met een rijk verleden hetgeen onder meer tot uitdrukking komt in het Gemeenlandshuis. De ruimten en het meubilair zijn weliswaar oud en waardevol, maar worden gewoon gebruikt in vergaderingen en bijeenkomsten.
Enerzijds koestert Rijnland zijn erfgoed maar tegelijkertijd doen we er nog niet genoeg aan. Het fysieke materiaal  kan niet voldoende in de kijker geschoven worden omdat de middelen ontbreken en de opslagomstandigheden zijn niet optimaal. Dit staat altijd op mijn agenda en ik ben ervan overtuigd dat dit goed komt.” 

Waar kunnen andere beheerders een voorbeeld aan nemen?

“Aan de uiterst zorgvuldige manier waarop Rijnland met zijn roerend en onroerend erfgoed omgaat. Dit –overigens helder gedefinieerde, unieke en zeer gewaardeerde -erfgoed is feitelijk onaantastbaar, vergelijkbaar met de archieven van de organisatie. Vervreemding of afstoting is niet aan de orde. Wanneer nodig is er voldoende budget beschikbaar voor onderhoud en reparatie.”

'Vervreemding of afstoting is niet aan de orde' - is dat eigen beleid?

“Deels is dat bepaald door de nieuwe Erfgoedwet en het zit ook in onze morele verantwoordelijkheid als overheid. Wij hebben een kerncollectie die voldoet aan een profiel en daarbinnen verzamelen we. Wat buiten dit profiel valt maar oud en waardevol is, gaat naar organisaties die wel een passende collectie hebben. Alles wat oud maar niet waardevol is stoten we af. Dat gebeurt alleen met objecten die niet het signatuur van Rijnland hebben. Wel nemen we dingen aan, maar daarbij is een verklaring getekend dat met een goede argumentatie de objecten ook kunnen worden afgestoten. Het gaat hierbij dan vaak om foto’s, documenten, tekeningen en negatieven. Deze worden geaccepteerd als collectie. Er wordt verder nooit iets verkocht.”

Op welke manieren ontsluiten jullie het Gemeenlandshuis en de bijbehorende verhalen, zowel fysiek als digitaal? Is dat voldoende?

“Over het Gemeenlandshuis en het interieur en de daar in aanwezige objecten zijn diverse boeken en artikelen geschreven. Er is zelfs een speciaal boek over de bouwgeschiedenis geschreven. Daarnaast is het pand open op Monumentendagen en soms op Gemalendag. Er zijn zeer regelmatig rondleidingen en ontvangsten voor geïnteresseerden. Ook is er een digitale rondleiding op de internetsite van het hoogheemraadschap. Tenslotte is ook huwelijksvoltrekking mogelijk in het Gemeenlandshuis. Naar onze mening is deze mate van bekendheid en gebruik voldoende, ook omdat rekening moet worden gehouden met de arbeidsrust en –concentratie van twee huurders in het gebouwencomplex.”

Werken jullie met vrijwilligers?

“Alleen op monumentendag, zij helpen met rondleidingen. De rondleidingen in het pand worden over het algemeen  gedaan door collega’s van het team Documentaire- en Historische Informatievoorziening. Zelf zit ik bij een ander team; Facilitaire Dienstverlening. Ik doe de rondleidingen in Spaarndam, daar is een kleiner gemeenlandshuis met omringende gebouwen en sluizen.”

Wat betekent het Gemeenlandshuis voor zijn omgeving en de stad Leiden?

“Het Gemeenlandshuis heeft betekenis voor de stad Leiden als één van de belangrijkste, meest authentieke en oudste monumenten. Het pand is steevast één van de grootste publiekstrekkers op open dagen. Voor de omgeving heeft het gebouw nog steeds de uitstraling van het imposante, eerbiedwaardige hoofdkantoor, terwijl die functie al 16 jaar geleden elders werd ondergebracht.” Hoe reageren de bezoekers op het interieur? Hoe wordt deze door hen ervaren?
“De bezoekers reageren zonder uitzondering enthousiast, geïmponeerd en zeer geboeid op het interieur van het gemeenlandshuis. Men is onder de indruk van de leeftijd, omvang en inrichting van het pand. Dit gecombineerd met verhalen over de geschiedenis van het pand en zijn bewoners (aan de hand van de aanwezige objecten) zorgt voor interactieve en gewaardeerde rondleidingen en ontvangsten.”

Wat is volgens jou de troef van het Gemeenlandshuis? Is er een object dat voor jou extra betekenis heeft?

“Een troef van het Gemeenlandshuis is de kopie van het schilderij “De Handvestverlening” van Caesar van Everdingen. Het origineel hebben wij in langdurig bruikleen aan Stedelijk Museum De Lakenhal in Leiden gegeven. De kopie zelf is niet bijzonder, maar het verhaal over de gang van zaken met betrekking tot het bruikleen (uitgesproken vóór-én tegenstanders)des te meer. Het zorgt in- en extern vaak voor boeiende gedachtewisselingen en gezichtspunten van hoe om te gaan met de inzet van eigen kunstvoorwerpen. Ik heb het destijds in bruikleen gegeven met de argumentatie dat het in De Lakenhal kan worden opgehangen tussen kunstwerken uit dezelfde periode en stroming terwijl er maar liefst 10.000 bezoekers per jaar komen kijken . Dan heeft het een grotere waarde voor de samenleving dan wanneer het hier hangt en waar maar 200 a 300 bezoekers het kunnen zien. Daar wordt dus verschillend over gedacht. Als tegenprestatie is toen gevraagd om een replica. Het belangrijkste is voor mij dat er zoveel mogelijk mensen naar kunnen kijken en van kunnen genieten. Het kan nog wel jaren duren voor het schilderij terug komt. Behalve dit schilderij is ook het goudleer een troef van het Gemeenlandshuis, omdat dit zo zeldzaam en bijzonder is. Ook de kwaliteit van het leer is uniek.” 

Wat is de jongste toevoeging aan het interieurensemble?

“De jongste toevoeging is een werk van Jeroen Henneman, een beeldhouwwerk van het profiel van Prinses Beatrix in de grote zaal. Zowel het beeld als de sokkel passen bij nader inzien niet helemaal in de sfeer en inrichting van de Grote Zaal.” 

Kun je iets vertellen over de meerwaarde van het geheel van interieur en gebouw? Op welke manier (en) komt deze meerwaarde bij het Gemeenlandshuis tot uiting?

“De meerwaarde van het geheel is onder meer dat aan de hand van hetgeen er te zien en te beleven is in het pand een compleet, historisch en actueel, verhaal kan worden verteld over het pand en de taak van het hoogheemraadschap nu, in het verleden en in de toekomst.” Wat zou er gebeuren als één of meer onderdelen van het interieurensemble er niet meer zou zijn?
“De combinatie van exterieur, interieur en interieuronderdelen heeft een belangrijke historische en educatieve waarde. Als één of enkele interieuronderdelen er niet meer zouden zijn, zou dat zonder meer als een gemis ervaren worden door zowel de organisatie, zijn bestuur, medewerkers, gasten en zij die vanwege studie of wetenschap betrokken zijn bij dit pand.” 

Waarom is het belangrijk dat het Gemeenlandshuis samen met de collectie in stand wordt gehouden, en voor wie?

“Het is belangrijk om het gemeenlandshuis en zijn collectie in stand te houden voor de huidige samenleving en voor de generaties die na ons komen. Het pand en zijn interieur vormt “living history” in een tijdperk waarin het nodig is te beseffen dat organisaties als Rijnland een sterke identiteit hebben en een belangrijke rol speelden en spelen als het gaat om de zorg voor het fysiek voortbestaan van de lage landen.”

De huidige directie schenkt aandacht aan het erfgoed maar het is geen primair doel. Op welke manier(en) hebben de leden oog voor het erfgoed?

“Wij vinden het fijn om dit erfgoed te hebben en het te laten zien, maar Rijnland is een eigentijdse organisatie die bezig is met waterbeheersing en waterzuivering. Droge voeten en schoon water, daar gaat het om. Wij zijn geen museumbeheerder en hoeven ook niet iedereen te betrekken bij wat we hebben. Maar omdat we het erfgoed hebben en het ook niet kwijt willen, zijn we moreel verplicht er wat mee te doen. Er wordt in onze omgeving door musea of historische verenigingen gevraagd om lezingen, rondleidingen of bruiklenen uit onze collectie. De aandacht hiervoor hangt af van de affiniteit van bestuurders die bijvoorbeeld betrokken zijn bij historische verenigingen en of mensen hier vanaf weten. Dan komen ze bij mij als erfgoedbeheerder terecht en gaan we aan de slag. Soms is het lastig, dan zijn alle mooie dingen al op een expositie en komen er andere aanvragen. Dan beconcurreren exposities elkaar. Het is een groot gebied en er zijn veel aanvragen.”

Wat voor veranderingen voorspel je na de invoering van de Erfgoedwet?

“Ik voorspel geen grote veranderingen na de invoering van de Erfgoedwet. De samenleving - en dus ook Rijnland - zal vanwege de aandacht voor de totstandkoming van deze wetgeving waarschijnlijk wel een – nog -grotere zorgvuldigheid in de praktijk brengen vanwege het bezit, de betekenis en de waarde van het eigen erfgoed. Rijnlands erfgoedslogans uit 2006 zijn tenslotte nog steeds actueel: “erfgoed is van ons allemaal” en “erfgoed is er om te gebruiken”. Voor de medewerkers van Rijnland die met de zorg voor het erfgoed belast zijn betekent dit een voortdurende uitdaging om het verleden (het erfgoed) steeds in beeld te houden in de juiste verhouding met heden en toekomst en het erfgoed aan de orde te stellen op de momenten dat het er toe doet: d.w.z. in onderzoek, beleid en de praktijk. Voor studie, wetenschap en plezier en op diverse manieren: via hulp en ondersteuning in de studiezaal of digitaal, door te publiceren, rond te leiden, te exposeren, te digitaliseren en te informeren en door het voorstellen en toepassen van noodzakelijke beleidsveranderingen.”

Lees ook het verhaal achter het Rijnlandshuis en bekijk de mooie foto's.

Tags 
interview

Reacties