U bent hier

Interview met: beheerders van het Mastboomhuis

Mastboomhuis (foto: Serge Technau)

Het Mastboomhuis in Oud-Gastel is een van de 72  bijzondere toonbeelden op de lijst van interieurensembles in Nederland. Dit interview met beheerders en bestuursleden van het Mastboomhuis vond plaats op 27 juli 2016. Het werd afgenomen door Rianne Walet in opdracht van de RCE en in het kader van de inventarisatie van toonbeelden voor de lijst interieurensembles. De heer Pieck van Hoven is rentmeester van het Mastboomhuis, onderdeel van de Mastboom-Brosens Stichting. Truus Scheepers is voormalig verzorgster van de heer Mastboom en de huidige gastvrouw van het huis, Jacco de huidige gastheer. Maarten van den Oord is bestuurslid van de Mastboom-Brosens Stichting.

Aan de Dorpsstraat in Oud Gastel staat het huis van de familie Mastboom-Brosens. Gebouwd in 1874 in opdracht van Petrus Mastboom. Zoon Henri woonde van geboorte tot overlijden in het huis dat zijn grootvader naliet, waar hij tijdens zijn leven geen wezenlijke veranderingen in aanbracht. In zijn testament legde hij de wens vast dat de herinnering aan zijn familie en het daarmee verbonden culturele erfgoed bewaard zouden blijven. Nog steeds is het huis zoals het was, waardoor het voelt alsof je op onverwacht bezoek komt.

Pieck van Hoven: “Het was de wens van het eerste bestuur om het huis conform de wens van Henri Mastboom intact te laten en het in beperkte mate toegankelijk te maken. Het uitgangspunt van het bestuur was dus dat er niet teveel bezoekers tegelijkertijd in het huis konden komen. Op aanmelding en verzoek mogen er kleine groepen naar binnen. Het is nog een vraag geweest of bezoekers moesten betalen of niet. Als er niets wordt gerekend lijkt het net of het huis niet van belang is, dus is er wel een entreeprijs gekomen. Eén bestuurslid heeft de knuppel in het hoenderhok gegooid door onderzoek te laten verrichten naar hoe er meer bezoek kan worden getrokken. Andere bestuursleden waren daar tegen, omdat het huis dan sneller vervallen zou raken. Toen kwam er een nieuw bestuurslid bij die ervaring heeft in de museale sector. Hij vond dat het geen zin heeft om het Mastboomhuis als tijdscapsule te bewaren wanneer niemand er van kan genieten. Daar waren we het wel mee eens en nu doen  we meer aan publiciteit, gaan we vaker open en is het stoffige imago aangepakt met een nieuw logo en een boekje over het Mastboomhuis. Ook wordt er geëxperimenteerd met het aantal bezoekers.”

Is er met meneer Mastboom over de openstelling van het huis gesproken?

Van Hoven: “Meneer Mastboom heeft alleen vastgelegd dat het hele familievermogen in stand moest worden gehouden binnen de Stichting. Over de wijze waarop is niet concreet met hem gesproken.” 
Maarten van den Oord:” Belangrijk is dat uit het vermogen culturele projecten in Brabant worden gesubsidieerd. Mensen die onderzoek willen doen, een boek willen publiceren of een tentoonstelling willen maken kunnen dan aankloppen bij de Stichting .” 

Wat maakt het Mastboomhuis bijzonder?

Van Hoven: “Het is uniek dat het huis in zijn geheel bewaard is gebleven en waarvan het interieur nooit veranderd is. Je moet het huis in het perspectief zien van iemand die ouder wordt. Ik heb van hem geleerd dat ik echt modern moet blijven, anders zou ik net zo zuinig  zijn geworden als hij. Dan kijk ik in mijn boodschappenwagentje en denk ik: dat kan niet waar zijn, hoe kan ik nou zoveel geld daaraan kwijt zijn? En zo was meneer Mastboom ook.”
Van den Oord: “Het is niet echt nodig om het allemaal rendabel te maken. Daar gaat het tegenwoordig vaak over. Wij zijn in de gelukkige omstandigheid dat er geld achter de hand is en dat niet alles gebruiksvriendelijker moet. Dat is iets waar we gelukkig mee zijn. Dat je het ook zo in stand kunt houden. Veel mensen die een landgoed hebben zijn bezig om alles kostendekkend te maken. Je moet wel verstandig zijn, maar het is hier geen must om veel evenementen te organiseren, speeltoestellen voor kinderen te plaatsen of de toegangsprijzen te verhogen. Het is wel verstandig om samen te werken, bijvoorbeeld met de basiliek in Oudenbosch of organisaties in West-Brabant en een soort arrangement voor bezoekers te organiseren.”

Wat heeft deze bijzondere manier van behoud gedaan voor het Mastboomhuis?

Van Hoven: “Als ik geen interesse had gehad in deze manier van behoud, was het huis gerestaureerd en vernieuwd, zoals zoveel huizen.  Ik heb een cursus interieurs bij de AttinghamSchool  gevolgd. Toen heb ik gevraagd waarom een landhuis als Calk Abbey, waar het verval ook is geconserveerd, minder bezoekers krijgt dan bijvoorbeeld  Blenhem Palace waar elk jaar meer mensen naar toe komen. Hoe komt dat? Wanneer je op zo’n landgoed loopt, voelt 98% van de bezoekers zich de hertog of hertogin, niet de tuinman of de kok. Die kant en het verval  zie je wel in Calk Abbey, maar dat is niet wat de meeste bezoekers willen. Die willen pracht en praal. Daarom denk ik ook dat  het Mastboomhuis anders was teruggebracht naar de pracht en praal van de jaren ’30. Maar ik vond dat het verval juist een keer gezien mocht worden, dat er juist iemand in dit huis woonde die echt zuinig was.
Ik vind het mijn taak aan het bestuur te laten zien wat er allemaal mogelijk is op het gebied van conservering. Dan discussiëren we over wat de beste oplossing is voor specifieke gevallen. Als het bestuur beslist om iets te restaureren, wordt dat gedaan. Maar als dit aanslaat ben ik tevreden. Het is mijn passie, ik doe het werk met veel plezier. ”
Van den Oord: “Er zijn al genoeg mogelijkheden om huizen te zien die in een opperbeste museale staat zijn teruggebracht. Dit huis laat juist het tijdsbeeld en het leven van meneer Mastboom zien. Dat zie je in geen enkel museum.”

Zou meneer Mastboom blij zijn met de openstelling van het huis zoals het nu gaat?

Scheepers: “Iedereen die hier binnenkomt, is heel blij dat ze in het huis mogen kijken. Dus ik denk wel dat meneer Mastboom dat leuk zou hebben gevonden. 
Van Hoven: “Dat het pand zo in stand wordt gehouden zoals het nu is, dat zou hem deugd doen. Het conserveren is duurder dan het restaureren maar dat het zo is gebleven zoals hij heeft geleefd, zou hij fijn vinden. Hij had het liefst dat er iemand na zijn dood kwam wonen. We hadden een bestuurslid die hij had voorgedragen maar er was een nadeel: die man had kinderen. Het was niet de bedoeling dat er nog kinderen in het huis zouden rondlopen.”

Hoe was meneer Mastboom zelf?

Van Hoven: “Toen meneer Mastboom nog leefde kwam men naar hem toe voor juridisch advies. Of zijn wetboeken up to date waren valt nog te bezien, maar hij had toch een zekere status die hij graag uitdroeg. Het was niet een man die in de kroeg ging zitten - dat zat niet in zijn aard. Mensen zeggen vaak dat hij gierig was, maar ik vraag me af of dat zo was.”
Truus Scheepers: ”De mensen in het dorp vonden hem een excentrieke oude man, een beetje een zonderling. Maar als je hem echt gekend zou hebben, dan was hij heel anders.”
Jacco: “Hij belde altijd naar de klusjesmannen, de twee Kezen noemden we ze omdat ze allebei Kees heetten. Dan zei hij dat hij het geld klaar had liggen om hun klussen te betalen, maar dat ze wel 64 cent mee moesten nemen voor het wisselgeld. Tot op de cent nauwkeurig. Dan kon precies betaald worden, want meneer Mastboom had geen wisselgeld.
Ook kwam Meneer Mastboom  een keertje binnen, hij was een beetje down. Hij zei: ‘Ik denk dat ik als een hond begraven ga worden.’ Toen is Truus gaan praten over hoe hij begraven zou willen worden. Van de begrafenis is nog een prachtige video. Uiteindelijk is het een begrafenis geworden met paarden en koetsen en een lijkkoets. Als hij had geweten hoeveel dat gekost heeft, dan denk ik niet dat hij was doodgegaan.
Zo moest er ook ooit een nieuwe kookplaat worden gekocht. Hij zei op een vrijdagavond dat ik moest kijken hoeveel zo’n ding kostte. Die kookplaat kostte toen ongeveer 98 gulden. Dan moesten we hem maar gaan halen van meneer Mastboom. Toen we hem op maandag gingen halen, bleek de kookplaat in de aanbieding te zijn: geen 98 maar 68 euro. We lieten hem zien aan meneer Mastboom: ‘Dat ziet er mooi uit, en het kost maar 98 euro?’ ‘Nou,’ zei Truus, ‘we hebben gezegd dat het voor een arme man was dus we kregen hem voor 68 euro.’ Hij heeft liggen lachen in bed, de tranen liepen over zijn wangen.”

Wat voor publiek komt hier vooral?

Van Hoven:” Je moet het niet hebben van de mensen die speciaal deze streek komen bezoeken, vaak gaan zij meerdere plekken bezoeken. Hier komen ook geen bezoekers die normaal bijvoorbeeld naar musea in Parijs gaan. Het zijn meer de mensen die het leuk vinden om te zien hoe iemand heeft gewoond in zo’n huis. Het zijn geen kunst- of meubelliefhebbers, je vindt geen hoogstaande objecten in dit huis. De mensen die uit nostalgie komen, zijn er ook steeds minder. Daarom zijn we toch aan het vernieuwen en hebben we een ontwerpbureau in de arm genomen om bijvoorbeeld een nieuw logo te ontwikkelen. Over tien jaar kan het weer anders zijn, want dan is er weer een ander soort publiek.”

Welk object in het huis is voor jullie speciaal?

Van Hoven: “De dagelijkse kluis. Meneer Mastboom zat vaak op zijn kantoor achter zijn bureau en dan had hij een sleutelbos die hij ergens vandaan toverde wanneer er iets uit de kluis moest worden gehaald, er was verder geen code. Die kluis was voor dagelijks gebruik. Er lag een kasboek in waarin hij precies bijhield wat hij uitgaf.”

Welk deel van het huis krijgt veel aandacht van bezoekers?

Scheepers: “De mooie kamer, de porseleinkast in de badkamer en de linnenkast boven. Bezoekers mogen overal komen. Alleen de grote zolder wordt niet gebruikt omdat dat te gevaarlijk is.
We hebben een schrift waarin bezoekers verhalen schrijven. De reacties zijn voor 98% geweldig, maar er is altijd iemand die zich afvraagt waarom iemand zo heeft willen leven.”

Wat vinden buurtbewoners van het huis?

Scheepers:” Ik denk dat ze de openstelling fijn vinden. Ze zouden hier het liefst willen dat de luiken altijd open waren. Er is weer wat leven in de brouwerij.”
Jacco: “Vooral in het begin met open monumentendagen kwamen er veel dorpsbewoners kijken.
Nu trekken die monumentendagen ook veel mensen en heb je 700 tot 750 mensen in huis, dan kom je ogen en oren te kort want soms willen mensen dingen in hun zak steken. Het is oppassen.”

Wat maakt jullie werk zo leuk?

Van Hoven: “Ik vind het een mooi fenomeen waarom dingen veranderen en hoe je een huis in stand houdt. Je kunt met dit huis aan mensen laten zien hoe het echte leven was, dat nu verdwijnt. Als het huis vererfd zou zijn, hadden erfgenamen alles leeg kunnen halen. Je ziet ook vaak historische huizen waarin alles weer is teruggezet, maar ook dat is niet hetzelfde. Dat vind ik het leuke aan dit huis.”
Scheepers:” Ik ben geïnspireerd door meneer Mastboom. Zo heb ik ook aan de eerste vrijwilligers alles doorgegeven wat ik weet.”
Jacco: “Als we het niet leuk hadden gevonden, dan hadden we hier niet gezeten.”

Wat gebeurt er met het huis als jullie stoppen?

Van Hoven: “Er zijn wel opvolgers beschikbaar. Die doen nu al dingen op de achtergrond. Je moet het karakter ervoor hebben. De opleiding is maar 10% van iemand. De passie om iets te doen, daar gaat het mij om. Ik ben er van overtuigd dat mijn medewerkers dat oppakken.”

Wat vinden jullie van de nieuwe Erfgoedwet?

Van den Oord: “Het is belangrijk voor de bewustwording over hoe belangrijk interieurs zijn. En dan niet alleen voor die paar cultuurminnaars maar ook voor het grote publiek.”
Van Hovenk: “Vanuit het bestuur zouden wij kunnen besluiten dat we tijd en geld aan gaan steken in het  belang van het behoud van interieurensembles.. Zodat wij anderen ook kunnen helpen om hun huizen te behouden op de unieke manier van het Mastboomhuis. Ik heb hier een keer een meneer uit Amsterdam op bezoek gehad die zijn bezittingen precies zo wou behouden. Hij werd ziek en daarom is het niet gelukt, alles is leeggehaald.
Een cliënt van ons kantoor had familiebezit, meubels, uit 1720.  Haar dochters konden deze meubels niet bewaren of gebruiken. Het hele ensemble is naar Christie’s gegaan. Oude meubels zijn nu goedkoper dan Ikea kasten, dat is zonde.”

Lees ook het verhaal achter het Mastboomhuis.

Reacties