U bent hier

Interieurensembles en de Erfgoedwet

Gestileerde tekening die uitleg geeft over wat een interieurensemble is.

Interieurensembles laten het geraffineerde samenspel zien tussen de buitenkant én de binnenkant van een monument. Deze combinatie is bijzonder en waardevol want het vertelt het verhaal van een bepaalde tijdsperiode of stijl.

In de aankomende Erfgoedwet is de mogelijkheid opgenomen een rijksmonument tezamen met cultuurgoederen als ensemble aan te wijzen. Een lang gekoesterde wens lijkt hiermee in vervulling te gaan, die voor Nederland in het algemeen en Amsterdam in het bijzonder van groot belang is.

Eindelijk erkenning voor  interieurensembles
Waar de vaste interieuronderdelen al onder de Monumentenwet vielen, komt er nu eindelijk ook erkenning voor de locaties waar juist de combinatie met de bijbehorende roerende goederen van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis is. Tien jaar geleden kon ternauwernood worden voorkomen dat het oorspronkelijke meubilair van het gebouw De Bazel (voorheen de Nederlandsche Handelmaatschappij, nu Stadsarchief Amsterdam) zou verhuizen naar het ABN-AMRO hoofdkantoor op de zuid-as. De wetgever erkent de toegevoegde waarde van meubilair en andere objecten die voor een specifieke plaats zijn ontworpen of daar vanaf de bouwtijd staan.

Opname in register zonder rechtsgevolg
Hulde aan de wetgever! Wat zou ik graag dit stukje hiermee willen eindigen. Maar helaas, het is niet het hele verhaal. De opname van ensembles in het monumentenregister heeft namelijk geen enkel rechtsgevolg: er is geen sprake van werkelijke bescherming. Het idee is dat door kennisvermeerdering er een vorm van bewustzijn optreedt bij de eigenaren, waardoor ze (nog) beter voor het roerende erfgoed gaan zorgen. Bij professionele instellingen zal dit zeker het geval zijn, maar hoe zit het met particulieren? Waar erfkwesties een rol spelen, kan het behoud van historische ensembles in situ een behoorlijk probleem vormen. Dat probleem geldt niet alleen voor landhuizen, maar ook voor woonhuizen. In Amsterdam staan aan de grachtengordel in elk geval drie huizen met meubilair uit de tijd van het vaste interieur. Een heel bekend voorbeeld is de eetkamer van de Burgemeesterswoning waar de wandbespanning een prachtig geheel vormen met de met tapisserie beklede stoelen. Maar wie kent het Belgische meubilair in de eetkamer van het Kattenkabinet, dat als ensemble is gemaakt met de buffetkasten? Als de huidige particuliere eigenaar het pand verkoopt, wat gebeurt er dan met dit meubilair? Of wat gebeurt er met het prachtige De Bazel meubilair dat als onderdeel van een zorgvuldig door hem ontworpen eetkamer nog altijd in situ op de Keizersgracht staat? De eigenaar wilde onlangs de tafel nog aan het Rijksmuseum verkopen...

Wettelijke bescherming noodzakelijk
Het is dus maar de vraag of goede wil en kennis voldoende zijn voor het behoud van de weinige ensembles die we in ons land kennen. Daarvoor is meer nodig dan een register. Digitaal vastleggen is één, maar we mogen niet de noodzakelijke twee en drie vergeten: een inhoudelijk verantwoordelijke die werkelijk kennis heeft van interieurs in combinatie met roerende goederen (en deze kennis ook kan overdragen), en drie: wettelijke bescherming van de allerbelangrijkste en meest kwetsbare ensembles. Vlaanderen heeft al in de vorige eeuw het goede voorbeeld gegeven, het wordt tijd dat wij dat in Nederland volgen.

Pieter Vlaardingerbroek
Bureau Monumentenzorg Amsterdam

Reacties