U bent hier

Huis Singraven, Denekamp

Huis Singraven

Huis Singraven

Het huis Singraven in het Twentse Denekamp heeft een lange geschiedenis, maar dankt zijn waarde als uitstekend geconserveerd interieurensemble vooral aan de periode van de laatste bewoner, Willem Laan.

Vele verbouwingen

De geschiedenis van huis Singraven gaat eeuwen terug. De oudst bekende vermelding van het goed dateert uit 1381. Het 1ste versterkte stenen huis wordt omstreeks 1415 gebouwd in de bocht van het riviertje de Dinkel. In de periode na 1651 laat de eigenaar Gerard Sloet het huis ingrijpend verbouwen en aan de westzijde verrijst een traptoren. 
Dan volgt een grote verbouwing in 1830-1834 in opdracht van de nieuwe eigenaar, Johannes Theunis Roessingh Udink. Architect Lucas Hermanus Eberson pakt onder meer de voorgevel aan. De voorkant van het huis wordt met een vleugel uitgebreid. Later verschijnt achter de traptoren een aanbouw met dienstvertrekken.

Nieuwe bewoners

In 1915 koopt Jan Adriaan Laan, een vermogend zakenman uit de Zaanstreek en vader van 4 kinderen, het landgoed Singraven. Zijn echtgenote Cornelia bezwijkt het jaar daarop aan tuberculose. Kort daarna overlijdt ook Jan Adriaan, evenals dochter Agatha. Zoon Willem erft Singraven en besluit om op het landgoed te blijven wonen. Architect Andries de Maaker krijgt opdracht om het huis grootschalig te verbouwen. In 1921-1924 krijgt de voorgevel haar huidige classicistische karakter. De kap wordt verhoogd en voorzien van een klassiek fronton. Tegen de zuidzijde van de onderkelderde aanbouw voegt De Maaker in 1954-1958 een keuken en stookruimte toe en het hele interieur wordt in een technisch goede staat gebracht en gemoderniseerd. Tevens worden de technische installaties en al het sanitair vernieuwd.

Willem Laan

De inrichting van het huis is, op de hoofdstructuur en de originele, betegelde haard in de bibliotheek na, vrijwel geheel het werk van Willem Laan. Op de bel-etage richt hij de hal, bibliotheek, werkkamer, eet- en zitkamer in en ook de meeste kamers op de verdieping worden gemeubileerd met antieke stukken. Hij laat schouwen plaatsen die afkomstig zijn uit Amsterdamse grachtenhuizen, en ook betimmeringen, wandbespanningen, gordijnen en gordijnkappen, stucplafonds en vloeren van marmer en hout. 
De vertrekken worden voorzien van fraaie kunst- en gebruiksvoorwerpen. Aan de wanden hangen bijzondere wandtapijten en de vloeren worden gesierd met vloerkleden. De voorkeur van Willem Laan gaat uit naar de 17de en 18de eeuw. Hij streeft naar een intieme en verfijnde inrichting van de vertrekken die hij geheel ‘in stijl’ brengt. 
In 1930 verhuist Laan naar een van de poortgebouwen aan het begin van de oprijlaan. Hij wandelt iedere dag over de oprijlaan naar het huis en verricht zijn dagelijkse werkzaamheden vanuit zijn vertrouwde werkkamer. Zijn hele leven lang zal hij bezig blijven met het uitbreiden van zijn collecties en het verfraaien van huis en landgoed.

Nalatenschap

In 1953 verkoopt Willem Laan het hele bezit aan de Stichting Edwina van Heek onder voorwaarde van een levenslang vruchtgebruik van de goederen. Na het overlijden van Willem Laan in 1966 blijkt dat hij de inboedel van het huis, zijn kunstverzameling en vermogen heeft nagelaten aan de stichting. Zij krijgt de opdracht het beheer van het landgoed en het huis met de inventaris overeenkomstig Laans bedoelingen en in zijn geest voort te zetten, wat tot op de dag van vandaag gebeurt. 
Door de verkoop en de nalatenschap aan de Stichting Edwina van Heek is het ensemble van landgoed, huis, interieur en inboedel dat Willem Laan heeft gecreëerd, volledig bewaard gebleven. Dit interieurensemble wordt gekenmerkt door de compleetheid, zeldzaamheid en kwaliteit van de individuele meubelen en kunstvoorwerpen.

Meer informatie

Bronnen

  • Bilman, I. & G. Dorman (2016). Singraven. Historisch landgoed met toekomst. Denekamp: Stichting Edwina van Heek
  • Hijszeler, F.R.& P. Wassenbergh-Clarijs (2000). Singraven. Een havezathe in Twente. Zutphen: Uitgeverij Zutphen

Tekst: Mariël Kok
Foto’s: Wouter van der Sar

Reacties